Op de gang bij ons thuis staat een wit, plastic krukje. Het ding is afkomstig uit een groot Zweeds woonwarenhuis. MIjn ouders hebben het ooit aangeschaft toen mijn oudste broer zindelijkheidstraining kreeg. Pim is inmiddels zo groot dat hij zonder hulpmiddelen op het toilet kan gaan zitten. Nu heeft Guus ‘m in gebruik. Met belangstelling volg ik de gang van zaken; Guus pakt het krukje, zet het voor het toilet neer en klimt erop. Zo kan hij bij het toilet en bij de wasbak. Dat zet me aan het denken.
In de trapkast bewaart mijn moeder vooral veel lekkers; koekjes, snoepjes, chips en popcorn. Echt vrijgevig is ze niet. Integendeel, mjn broers en ik zijn van menig dat we wel eens vaker iets te snoepen mogen krijgen. Huilend op de grond voor de kast liggen om haar tot uitdelen te dwingen, leidt niet tot het gewenste resultaat. Ik besluit het heft in eigen handen te nemen. Op de gang pak ik het krukje en zet het voor de trapkast. Nu kan ik aan de klink. Helaas krijg ik de deur niet helemaal open; het krukje staat ervoor.
Dan valt mijn oog opeens op de mooie lego-auto van mijn oudste broer. Die staat op een plank hoog in de boekenkast. Mijn moeder heeft Pim en Guus geleerd hun spullen op ooghoogte in de kast te zetten. Zo kan ik er niet met mijn grijpgrage handjes aan. Denkt ze. Ik klim van het krukje af en loop ermee naar de boekenkast. Daar zet ik het neer en klim erop. Met glimmende oogjes pak ik de auto vast. Op de achtergrond hoor ik Pim in huilen uitbarsten en om moeders roepen. Snel verstop ik me onder de tafel.
Boven op mijn kamer bedenk ik later die avond hoe ik mijn nieuw verworven kennis kan toepassen. Lang broeden op een idee hoef ik niet. Aan de muur hangt de wasbak voorzien van een grote kraan. Heel toevallig ben ik dol op spelen met water. Helaas, hier is geen krukje voor handen. Ik kijk mijn kamer rond. In de hoek staat een stoel. Ik schuif hem naar de wasbak, klim erop en zet de kraan vol open. Lang duurt de pret niet; mijn moeder heeft een rader voor kattekwaad. Binnen een minuut is ze boven en draait de kraan snel uit.
Mijn ouders zijn wel eens boos op mij als ik weer eens van mijn ondernemende kant laat zien. Gelukkig snappen ze ook wel dat het echt niet aan mij persoonlijk ligt. Ik ben nu eenmaal slachtoffer van de situatie; ik ben de jongste van drie zeer slimme en ondernemende jongetjes. Mijn broers doen de hele dag
Geef een reactie