Het avondeten loopt ten einde. Mijn moeder is bijna klaar met Noor te voeren. Pim hapt zijn laatste gehaktballetjes weg. Ik zelf heb allang de tafel verlaten. Op mijn bord liggen nog een aantal gehaktballen. Mijn vader prikt ze op zijn vork. De ballen zijn best wel te pruimen. Toch heb ik liever iets anders. Ik loop naar de gang, haal de jas van Guus van de kapstok en trek ‘m aan. Mijn vader vraagt naar het doel van mijn bezigheden. ” Boodschappen doen”, antwoord ik. De nieuwsgierigheid van mijn vader is nu gewekt. Hij wil weten wat de noodzaak is. ” Visstick halen,” zeg ik.
Geef een reactie