Het is even na vijven in de nacht. Ik ben wakker en klaar voor alweer een drukke dag. Mijn sirene gaat af. Mijn moeder haast zich naar mijn kamer. We moeten subiet aan de slag. Alleen de anderen mogen nog even in dromenland blijven. Beneden dekt mijn moeder de tafel en ruimt de vaatwasser uit. Ondertussen pak ik de sinaasappelen voor een lekkere jus. Mijn moeder smeert de boterhammen en schilt het fruit voor de lunchbox van mijn broers. In de pan op het fornuis ligt mijn eitje te bakken. Om half zeven wacht mijn volgende taak; ik wek mijn vader en broers.
Een paar uur later zitten mijn broers op school. Nu is het tijd om boodschappen te doen. In de supermarkt ren ik meteen naar het rek met de scanners. Ik weet precies hoe het moet; nog geen halve minuut later heb ik een werkend exemplaar in mijn handen. Mijn moeder houdt de streepjescode voor mijn neus en ik doe mijn ding. Zo af en toe kom ik een collega-peuter tegen. We rennen door de gangen en rusten uit voor de kindercomputer. Voor we vertrekken, check ik of we de meest essentiële dingen hebben; koekjes, chocolade en mijn beloning; het croissantje.
Aan het begin van de middag komt mijn vader thuis. Het is tijd om te lunchen. Veel werk heeft mijn moeder aan mij niet; ik smeer mijn eigen boterhammetje met pindakaas. Dan snoep ik het beleg van het brood. Met een scheef oog kijk ik naar de kom waaruit mijn vader soep eet. Ik geloof dat ik nog ruimte heb voor een tweede lunch. Als we klaar zijn, vraag ik mijn moeder om de stofzuiger. Ze haalt ‘m en stopt de stekker in het stopcontact. Ik werk me in het zweet. Bij Noor haar stoel ben ik het langst bezig. Ze mag dan de kleinste zijn; ze is wel de grootste knoeipot!
Ons resten nog twee uurtjes voordat we naar school moeten. Tot die tijd moet ik mijn zusje bezighouden. Mijn moeder heeft net al met haar wat kinderboekjes doorgenomen. Ik kruip achter haar aan de woonkamer door. Zo af en toe tackle ik haar. Noor lacht zich een kriek. Plotseling krijg ik mijn brandweerauto in het vizier. En ik ben niet de enige. Tegelijkertijd vliegen we erop af. Noor mag echter alleen toekijken hoe ik een reddingsactie simuleer. Dan is het tijd om te vertrekken. Ik haal mijn schoenen en jas. Mijn zusje vergeet ik niet; ik geef haar haar jas en sokken aan.
Vroeg op de avond is mijn werkdag voorbij. Noor en ik douchen samen met mijn moeder. Mijn vader neemt Noor aan, verzorgt haar en brengt haar naar bed. Ik voel een lekkere warme handdoek om mijn verkleumde lijfje. Dan pakt mijn moeder het boekje van Dikkie Dik en Poes Muis. Samen kijken we naar de plaatjes. De tekst kan ik zelf ondertussen zonder problemen opdreunen. Mijn vader komt mij nog een kus geven. Na een dikke knuffel van mijn moeder lig ik in bed. Het is nu zaak mezelf op te laden voor morgen; dan wacht weer net zo’n loodzware dag als vandaag.
Geef een reactie