Brandweerman Bas

Elke dag mag ik een uurtje naar de televisie kijken van mijn moeder. Zo kan ze ongestoord een klusje in de huishouding doen. Mijn voorkeur gaat uit naar de afleveringen van brandweerman Sam. Hij is de held van een klein stadje en beleeft de meest uiteenlopende avonturen. Na mijn dagelijkse beeldbuisvitaminen ga ik zelf aan de slag. Ik heb inmiddels een hele collectie Sam-items zoals een kazerne en een brandweerauto. Zo kan ik de uitzending nog eens dunnetjes overdoen.

’s Ochtends breng ik plichtsgetrouw mijn broertjes naar school. Daarna dirigeer ik mijn moeder naar de grote rotonde nabij de supermarkt met de hamsters. Daar bevindt zich de brandweerkazerne van ons dorp. Ik sta met mijn snoet tegen het raam geplakt. Binnen staat een vijftal brandweerauto’s; vier moderne exemplaren en een (heel)oud besje. Mijn zusje en moeder wachten geduldig bij de bakfiets. Ze weten dat het nog wel even kan duren totdat ik al het moois ervan af gekeken heb.

In het geheim werkt mijn moeder aan een grote verrassing voor mij. Ze neemt contact op met de brandweer. De commandant in kwestie is zeer verrast door haar verzoek. Hij neemt de zaak zeer serieus en bereidt een heus ontvangst voor. Mijn moeder heeft ook voor al onze buurtjongetjes een uitnodiging geregeld. Die zijn dolenthousiast als ze horen dat we een middag in de kazerne mogen komen kijken. Om het feest compleet te maken, bakt mijn moeder pannenkoeken na afloop.

In een feestelijke optocht fietsen we met onze buurjongens naar de kazerne. Stipt op tijd opent de commandant de deuren. Ik klamp me als een aapje aan mijn moeder vast. Nu wordt het spannend. Ze moet me naar binnen dragen. Mijn broertjes klimmen enthousiast in de eerste de beste brandweerwagen. Ik wil er echter niets van weten. Ook de uitrusting van de brandweerman wil ik niet aandoen. Ik weiger mijn moeder los te laten. Pas als we buiten staan, ren ik weer vrolijk rond.

Thuis gaan we meteen aan tafel. De moeder van een buurjongetje helpt ons met de pannenkoeken. Mijn eigen moeder staat in de keuken en werkt zich in het zweet. Zeven jongens eten sneller dan een enkele moeder kan bakken. De stroop plakt aan onze handen en ons haar is spierwit van de poedersuiker. Dan heb ik mijn buik vol. Uit de kast haal ik mijn brandweerauto. Ik ga plat op mijn buik liggen en rol de wagen heen en weer. “Tatuu Tatuu”, klinkt het weer als vanouds uit mijn mond.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *