Auteur: Jan Everts

  • Melkboer

    [st_row][st_column span=”span12″ id_wrapper=”elm_5aa833ee960e2″ ][st_text id_wrapper=”elm_5aa833ee960a0″ ]Vandaag verblijven we in een hippe strandtent ergens aan de kust. Ter ere van het vijfjarige bestaan van een bedrijf genieten we van een hapje en drankje. Op de piano speelt een voormalig deelneemster van een talentenshow een mooi deuntje. Mijn vader kletst even met een bevriend medewerker. Dan roept hij ons bij zich. Ietwat verbaasd kijkt de goede man mij aan. Ik lijk niets op mijn broers en zus, meent deze expert. Mijn moeder glimlacht liefjes maar zwijgt verder.

    Op het schoolplein ploft mijn moeder op het bankje. Ondertussen ren ik rondjes met mijn broers. Dan komt een andere moeder naast haar zitten. Aandachtig bestudeert ze mijn zusje. Haar blik dwaalt af naar mijn witte hoofd. Blijkbaar kan de moeder het niet rijmen. Ze geeft mijn moeder een complimentje over de mooi gebruinde huid van mijn zusje. Dan huppelt onze brons gekleurde Guus ook nog voorbij. De moeder in kwestie wil nu wel eens graag weten waarom ik zo anders ben.

    Later op de middag wacht ik samen met mijn zusje op de komst van mijn broertjes. De moeder van vijf spreekt mijn moeder aan. Het is overduidelijk dat haar kindjes allemaal uit hetzelfde nest komen. Ze praten even over ditjes en datjes. Dan melden mijn broertjes zich. De moeder van vijf kijkt mij doordringend aan. Ze concludeert dat ik nogal een vreemde eend in de bijt ben. Mijn moeder weet even niet of ze het gekscherend bedoelt of niet. Daarom doet ze er wederom het stilzwijgen toe.[/st_text][/st_column][/st_row]

    Op weg naar huis fietst mijn moeder door het park. Mijn broertjes en ik willen hier dolgraag nog even blijven spelen. We sluiten ons aan bij een partijtje voetbal met een andere vader en opa. De oma staat met de moeder langs de zijlijn. Ze is erg nieuwsgierig naar ons gezin. Mijn moeder beantwoordt haar vragen zo goed mogelijk. De interesse gaat vooral uit naar mijn persoontje. Het is duidelijk niet aan haar aandacht ontsnapt dat ik zo anders ben dan de rest van het kroost.

    ’s Avonds neemt mijn moeder mij op schoot. Ze aait over mijn bolletje. Mijn witte haartjes zijn prachtig. Daarom laat ze iedereen maar kletsen. Bovendien heeft mijn moeder een brandschoon geweten, vertrouwt ze me toe. Ik vind het allemaal best. Dan laat ik haar weten dat ik in haar bed wil slapen. Ze legt me in het midden en bedekt me met de deken. Ik verdwijn zowat in de witheid van het beddengoed. Nu valt het nier meer te ontkennen; ik ben wel degelijk van de melkboer!

  • Met twee woorden

    Hysterisch stuiter ik op en neer in bed. Ik heb een leuke doch drukke dag gehad. Nu moet ik ‘m nog verwerken. Mijn moeder pendelt tussen haar eigen bed en dat van mij. Ik ben niet meer tot bedaren te brengen. Dan geeft ze het op. Van het grote zitkussen maakt ze een bed voor zichzelf. Nu kan ik rustig slapen. Verkleumd en krakkemikkig wordt ze tegen het ochtendgloren wakker. Ik daarentegen ben zo fris als een hoentje. ” Goeiemorgen mama,” begroet ik haar opgewekt.

    Met hulp van mijn moeder kleed ik mij aan. Dan mag ik naar beneden. Mijn moeder neemt de orders voor het ontbijt aan. Ik wil graag een tosti. Vijf minuten later serveert mijn moeder uit. Mijn zusje krijgt een gebakken ei. Dat wil ik ook wel. Eerst moet de tosti op, vindt mijn vader. Reden genoeg voor mij om een woedeaanval te krijgen. Heen en weer stuiter ik op mijn stoel. Uiteindelijk kalmeer ik en eet mijn ontbijt op. Ik veeg mijn mond af en bedank de kok; ” lekker, mama.”

    Ik haal mijn schoentjes uit de bak. Mijn moeder helpt me ze aan te trekken. Pim heeft inmiddels de achterdeur opengemaakt. Enthousiast ren ik naar buiten. Op mijn brandweerauto maak ik de hele tuin onveilig. Mijn moeder duwt ondertussen haar bakfiets richting de poort. Ze tilt me op en zet me achterop. Ik heb helemaal geen zin om te gaan. Heen en weer stuiter ik in het zitje. Mijn moeder belooft me iets lekkers bij thuiskomst . Ik droog mijn tranen en maan haar tot actie: “kom, mama.”

    Later op de middag schijnt het zonnetje vrolijk. Ik speel buiten met mijn zusje. Ze ligt op het springkussen te duimen. Ik spring naast haar hard op en neer. We hebben de grootste lol samen. Opeens heb ik een natte broek. Ik ren naar mijn moeder toe. Ze kleedt me uit en zet me boven onder de douche. Vijf minuten later ben ik weer schoon en droog. Mijn stinkende (onder)broek draait inmiddels rondjes in de wasmachine. Ik val mijn moeder om haar nek en betuig spijt: ” sorry, mama.”

  • Boterham

    Het is een speciale ochtend op school. Mijn broers krijgen vandaag een paasontbijt voorgeschoteld. De tafel is mooi gedekt. Overal staan schalen met brood en beleg. Iedereen heeft bovendien een mooi gekleurd ei gekregen. Mijn moeder zet mijn zusje even op het stoeltje van Guus. Noor ziet haar kans schoon en grist meteen een snee brood van de schaal. Met smaak werkt ze ‘m weg. De aanwezige fotografen vinden het fantastisch en leggen hét moment vast. Bezorgd trek ik mijn moeder aan haar jas: ” Noor boterham Guus opeten.”

  • Broederliefde

    Vroeg op de ochtend is het weer hommeles in huis. Woedend ren ik mijn grotere broer achterna. Hij heeft mijn brandweerauto in zijn hand. Mijn moeder grijpt in en Guus retourneert met tegenzin het voorwerp. Heel even voel ik mij weer helemaal ” zen”. Vanuit mijn ooghoeken zie ik Pim met Optimus Prime spelen. Dat is mijn rescue bot! De auto laat ik uit mijn hand vallen. Als een dolle hond ren ik op mijn oudste broer af. Uit puur lijfsbehoud geeft Pim mij snel het speelgoed terug.

    Gelukkig zitten mijn broers een groot gedeelte van de dag op school. Dat wil niet zeggen dat ik nu in alle rust kan spelen. Mijn zusje vormt een grote bedreiging sinds ze kan kruipen. Ze heeft nogal de neiging om zich met mijn spel te bemoeien. Met name mijn brandweerauto Jupiter vindt ze erg interessant. Als ik haar die niet direct overhandig, trekt ze aan mijn haren of huilt hysterisch. Laat op de ochtend houdt ze haar schoonheidsslaapje. Twee hele uren heb ik mijn speelgoed voor mezelf.

    Bij mijn opa Boermans in België kom ik weer helemaal tot mezelf. Urenlang lig ik op de grond en speel met mijn brandweerkazerne en Jupiter. Met de poppetjes van Sam en Jenny voer ik het ene na het andere toneelstukje over het leven van een brandweerman op. Mijn opa heeft geen kind aan mij. Zo af en toe kijk ik televisie. Ik vind het heerlijk dat ik gewoon kan kijken wat ik zelf wil. Mijn broers behandelen mij altijd als een soort Assepoester als het om de afstandbediening gaat.

    Ik amuseer mij kostelijk bij mijn opa. Hij heeft veel leuke uitstapjes op de planning staan. Zo bezoeken we een indoor speelhal en maken we korte autoritjes door de omgeving. Mijn opa verwent mij de hele dag met crackers met pindakaas en broodjes met chocoladepasta. Mijn arme broers zuchten thuis hoogstwaarschijnlijk onder het suikerarme regime van mijn moeder. Mijn gedachten gaan naar hen uit. Dan neem ik nog een grote slok van mijn mierzoete limonade.

    Toch breekt de stilte me na een paar dagen op. De laatste avond huil ik dikke tranen. Mijn opa weet zich geen raad. Uiteindelijk val ik van vermoeidheid in slaap. De volgende ochtend ben ik rustig. Ik weet dat de verlossing nabij is. Buiten hoor ik de kiezelsteentjes zuchten onder het zware gewicht van onze grote blauwe auto. Ik ren naar de deur. Mijn moeder maakt ‘m voorzichtig open. Dolgelukkig val ik mijn -ietwat verbouwereerde- broertjes in de armen. Ik heb ze zó gemist.

  • Vrouwelijk schoon

    Mijn moeder, Noor en ik zijn in de supermarkt. Met de scanner in mijn hand hobbel ik achter hun aan. Mijn moeder heeft haast; over 10 minuten moet ze mijn broers ophalen van school. Alles loopt op rolletjes tot we bij de vrieskasten aankomen. Daar staat een mooie jongedame van een jaar of 5. Ze is ook hier met haar moeder. Met de allerliefste lach op mijn gezicht probeer ik dichter bij haar in de buurt te komen. Ik mompel een paar woordjes. De dame in kwestie heeft geen enkel idee wat ze met al die aandacht aanmoet. Mijn moeder maant mij ondertussen richting kassa te gaan. Ik hoor haar niet.

  • Zwemles

    Vandaag brengt mijn moeder mijn broers en mij naar de zwemles. In de kleedkamer helpt ze mij met omkleden. Dan maakt ze een kurk rond mijn middel vast. Eerst mogen we nog even spelen in het kikkerbadje. Al snel daarna is het tijd voor het serieuzere werk. Ik sjok achter mijn broers aan richting het grote bad. Netjes sluit ik aan in de rij. Eén voor éen springen de kinderen in het water en zwemmen keurig naar de overkant. Ik blijf in mijn uppie achter. De juffrouw komt naar mij toe. Ze vraagt of ik ook even wil zwemmen. Dat wil ik zeker wel. Ik laat me in het water glijden. Dan vaart ze een kort rondje met mij. Op de terugweg ziet mijn moeder mijn gezicht; het staat strak van de spanning. Eenmaal op de kant heb ik weer praatjes: ” ik zwemles, mama!”

  • Boodschappen

    Het avondeten loopt ten einde. Mijn moeder is bijna klaar met Noor te voeren. Pim hapt zijn laatste gehaktballetjes weg. Ik zelf heb allang de tafel verlaten. Op mijn bord liggen nog een aantal gehaktballen. Mijn vader prikt ze op zijn vork. De ballen zijn best wel te pruimen. Toch heb ik liever iets anders. Ik loop naar de gang, haal de jas van Guus van de kapstok en trek ‘m aan. Mijn vader vraagt naar het doel van mijn bezigheden. ” Boodschappen doen”, antwoord ik. De nieuwsgierigheid van mijn vader is nu gewekt. Hij wil weten wat de noodzaak is. ” Visstick halen,” zeg ik.

  • (H)eerlijk waar

    We zitten allemaal gezellig aan tafel te dineren. Op mijn bord liggen een aantal vissticks. Met volle mond laat ik mijn waardering blijken voor de kookkunsten van mijn moeder: ” heerlijk, mama!”

  • Doe-het-zelver

    De ochtend is nauwelijks begonnen maar ik spring vol enthousiasme al in het rond. Het belooft weer een drukke dag te worden. We kunnen ons daarom maar beter snel gaan aankleden. Mijn moeder haalt mijn kloffie uit de kast. Op de grond stalt ze mijn ondergoed -instapklaar- uit. Ze biedt vriendelijk aan mij te helpen. Ik sla haar aanbod af en ga voortvarend aan de slag. Mijn benen steek ik door de pijpen van mijn onderbroek. Dan sta ik op en trek het kleine lapje stof vervolgens over mijn billen. Dat kunstje herhaal ik nogmaals met mijn joggingbroek. Ik kan het prima zelf.

    Beneden heeft mijn moeder de ontbijttafel al in gereedheid gebacht. Ze heeft ook aan mijn favoriet gedacht; een groot glas versgeperste jus d’orange. Ik sla het in een keer achterover. Mijn moeder is druk bezig in de keuken. Ze bakt eieren voor Noor en maakt een tosti voor Guus klaar. Ik kan niet wachten en besluit mijn boterham zelf te smeren. Ik eigen mij het grote mes van mijn vader toe. De pot met pindakaas trek ik dichterbij. Dan ga ik aan de slag. Mijn moeder vraagt of ze mij kan helpen. Dat is niet nodig; ik haal een grote lik uit de pot en eet ‘m – zonder brood- op.

    Na het ontbijt rest ons nog een paar minuten voordat we naar school gaan. Mijn broers trekken hun jassen aan en zoeken naar hun schoenen. Mijn zusje wacht in haar jasje vol geduld voor de achterdeur. Mijn moeder zet mij nog even, voor alle zekerheid, op het toilet. Dan pakt ze een papiertje van de rol. Ik gris het uit haar hand met de mededeling dat ik het zelf wel kan. Dan voel ik opeens dat ik ook nog een grotere boodschap moet. Ik hou niet zo van pottenkijkers. Daarom stuur ik mijn moeder weg met de woorden; ” roep klaar ben, mama.”

    Mijn zusje ligt boven in bed te slapen. Ik mag ondertussen televisie kijken. Mijn moeder navigeert voor mij door het menu van Netflix. Plots krijg ik een woedeaanval. Pas als ik de afstandsbediening in mijn eigen handje houd, ben ik tevreden. Ik kan prima zelf mijn favoriete serie opzetten. Mijn moeder besluit zich dan maar op het huishouden te storten. Ze negeert mijn getier tegen de televisie. Die doet niet wat ik wil. Uiteindelijk moet ik toch op mijn knieen en hulp. ” Mama”, roep ik, ” het lukt niet zelf. Mama doen.”

     

     

     

  • Berouw na de zonde

    MIjn moeder legt mijn zusje boven in bed. Ik kijk ondertussen naar brandweerman Sam op de televisie. Dan komt ze naar beneden. Zodra ik haar zie, meld ik me om te plassen. Al snel heeft mijn moeder in de gaten dat ik een beetje te laat ben. Op de bank is een grote donkere plek te zien. Mijn moeder kijkt sip. Ze zegt dat ik voortaan iets eerder moet zeggen dat ik naar de wc moet. Ik moet nu diep door het stof. ” Ja, mama, sorry, mama”, laat ik haar weten.