Vanochtend ben ik niet op mijn best. Ik plaag mijn broertjes en val mijn vader lastig. Dan tilt mijn vader mij op en legt zijn handen om mijn nekje. ” Moet ik je killen?”, vraagt hij. Lachend antwoord ik: ” zeker niet!”
Auteur: Jan Everts
-
Wegwezen!
Ik heb net heerlijk gedouched met mijn moeder en zusje. Mijn vader verzorgt Noor en legt haar in bed. Ik zelf slaap altijd in mijn blote kont. Zodoende blijft er meer tijd over om spelletjes te doen voor het slapengaan. Met mijn moeder ren ik rondjes in de kastenkamer. We zijn duizelig maar hebben de grootste lol. Dan besluit mijn moeder even op bed te gaan liggen. Mijn vader komt naar beneden en gaat naast haar liggen. Blijkbaar hebben ze het ook zonder mij erg gezellig. Dat zint mij niet. Ik trek aan zijn been en roep boos: ” terug werk, papa!”
-
Lapje
Vanmiddag maken wij een korte wandeling door ons dorp. Onderweg komen we een lapjeskat tegen. Ik ben helemaal enthousiast en loop achter haar aan. Zo af en toe onderneem ik een poging het beest op te tillen. Dan springt ze op een geparkeerde auto. Mijn moeder probeert haar met lieve woordjes -tevergeefs- te lokken. Ik roep haar toe dat ze naar mijn moeder moet komen. Ook mij weigert ze te gehoorzamen. Lapje is heel druk in de weer met haar persoonlijke verzorging, weet mijn moeder. Opeens wijs ik met mijn vingertje en roep tegen mijn moeder: ” been eten.”
-
Eendenborstfilet
Het is prachtig najaarsweer vandaag. Mijn ouders besluiten dan ook deze zaterdagmiddag te gebruiken om een boswandeling te maken. Vertrekpunt is het landgoed van Kasteel Groeneveld. In onze laarzen stampen we in de modder. Onderweg duiken we in een grote hoop met bladeren. Dan sjokken we achter onze ouders aan verder het bos in. Uiteindelijk komen we bij een grote plas water aan. ” Kijk, Bas,” roept mijn moeder, ” eendjes!” Dolenthouisast ren ik op de kolonie af terwijl ik schreeuw: ” eten!”
-
Onderbroekenlol
De bladeren aan de bomen kleuren rood en bruin. Het zonnetje schijnt zuinig en de temperatuur daalt langzaam maar zeker. De herfst is voelbaar begonnen. Vanochtend stap ik fris en fruitig onder de douche vandaan. Met de handdoek om me heen geslagen loop ik naar de kastenkamer. Bibberend meld ik mij bij mijn moeder. Ze lacht en vraagt of ik nu eindelijk ondergoed aan wil trekken. Ze showt een hempje en broekje met een helikopter erop. Ik ben om; vanaf nu hang ik mijn adamskostuum aan de wilgen en ga ik niet meer zonder minimaal drie lagen kleding de deur uit.
-
Wie A zegt….
Volgend jaar mei is het eindelijk zover; ook ik mag dan naar school. De A.A.-school is een kleine school van zo’n 250 leerlingen, gesitueerd nabij het dorpscentrum. De 3 kleuterklassen zijn ieder een combinatie van groep 1 en 2. Pim, mijn oudste broer, heeft zijn kleuterige jaren doorgebracht in groep 1/2-C. Een gezellige doch chaotisch klas. Het is er zo leuk dat veel ouders blijven plakken terwijl de les eigenlijk allang had moeten beginnen. Ondertussen rennen de kinderen de klas in en uit. Voor Pim was het helaas niet de meest ideale klas. Precies om eerder genoemde redenen.
Guus zit inmiddels alweer een half jaar in de klas van juf M. en juf A, groep 1/2- A. Hier leveren ouders hun kinderen ’s ochtends af en vertrekken vrijwel onmiddellijk. Bijkletsen doen de dames en heren wel op het schoolplein. De juffen beginnen in ieder geval op tijd met het dagprogramma. Het zijn ook zo’n schatjes. Ik krijg altijd wel een aai over mijn bol als ik mijn grote broer kom brengen. Dan mag ik ook nog even spelen met de grote brandweerauto. Of ik duik de poppenhoek in en strijk snel het wasgoed weg en kook een lekker potje voor vanavond.
In contrast met de chaos van groep C en de gestructureerde drukte van groep A, staat groep B. Juf J. en juf S. hebben aardig de zweep over haar pupillen liggen. De leerlingen geven de juf ’s ochtends een handje en nemen plaats op hun stoeltje. Daar blijven ze dan ook zitten totdat de juf begint met het ochtendritueel. Ouders leveren hun kinderen bij voorkeur bij de deur af. Hun aanwezigheid in de klas leidt tot onrust en dient derhalve tot het minimum te worden beperkt. Deze aanpak werpt duidelijk vruchten af; het is er muisstil. En dat met wel dertig kleuters!
Ons gezin is te gast bij juf M. voor een eerste kennismaking. M. vraagt mij wanneer ik naar school kom. Mijn moeder geeft antwoord en meldt meteen dat ze druk nadenkt over de meest ideale plaatsing. Ze neigt naar groep B. ” Onze Bas heeft een strakke hand nodig,” zegt ze, ” de juffen van groep B hebben nogal een reputatie op dat vlak.” Juf M. kijkt mij verlekkerd aan. Blijkbaar ziet ze mijn toekomstige aanwezigheid wel zitten. Ze laat zich dan ook niet afschrikken door de weinig vleiende woorden van mijn moeder. ” Wij kunnen ook streng zijn,” laat ze weten.
Vanochtend ben ik in een baldadige bui. In het klaslokaal trek ik mijn jas uit en gooi ‘m achteloos op de grond. Juf M. laat mijn actie niet zonder haar gepeperde mening passeren. Op het gezicht van mijn moeder verschijnt nu een grote grijns. Ze laat de juf weten dat ze inmiddels het opperhoofd van de school heeft verzocht mij in groep A. te plaatsten. Vol ongeloof vraagt M. of mijn moeder mij niet voor groep B. bedoeld had. ” Nee hoor”, zegt mijn moeder. Als de juf net zo streng is als ze beweert, dan ben ik hier aan het juiste adres. Tja, wie (klas) A zegt, moet ook A zeggen.
-
Verzopen kat
Mijn broers volgen sinds enkele weken zwemles. Elke zondagochtend rond de klok van negen plonzen ze het water in. In het kikkerbadje ernaast geniet ik ook van de waterpret. Mijn moeder zit aan de rand van het bad. Mijn vader observeert de vorderingen van mijn broers. Mijn zus is in diepe slaap en hangt tegen mijn vader aan. Ik spring op en neer in het bad en amuseer me met de andere peuters. Dan komt mijn vader een praatje maken met mijn moeder. Ik sta intussen op het plateau dat zich onder water bevindt. Enthousiast neem ik een grote sprong. Mijn moeder ziet vanuit haar ooghoeken dat ik blijf dobberen met mijn gezicht in het water. Ze aarzelt geen moment en springt op. Met haar kleren aan snelt ze mijn kant op en hijst me naar boven. Gelukkig doet mijn batterij het nog. Ik ben zichtbaar geschrokken maar huil niet. Nog geen vijf minuten later spring ik alweer vrolijk rond in het water.
-
Op het potje
De aanwezigheid van het wit stuk plastic om mijn billen irriteert mij ontzettend. Ik ben een groot liefhebber van naaktlopen. Daar kan ik niet volledig uiting aan geven, zolang mijn ouders mij een luier aan blijven doen. Het verwisselen van het onding leidt daarom ook steenvast tot een worsteling. Mijn moeder legt uit mijn bezwaar wel te begrijpen. Sterker nog, ze ziet zelfs een mogelijkheid; ik moet mijn behoefte op de wc of een potje doen. De grote vraag is echter of deze kleine, koppige peuter zich iets laat aanleren. Haar voorstel zet me wel aan het denken.
Mijn moeder besluit gehoor te geven aan mijn wens volledig in geboortekostuum rond te huppelen. Het is zomer en ik breng de meeste tijd dan ook buiten door. Ze houdt me als een havik in de gaten. Op een tweetal strategische locaties staan potjes opgesteld. Zodra ik een seconde te lang blijf stilstaan, grijpt ze me bij de kladden en zet ze me op het dichtsbijzijnde potje. Het werkt warempel ook nog. Ik bewonder de grote drol die ik net heb geproduceerd. Als beloning krijg ik een ijsje van mijn moeder. Mijn broers applaudiseren voor mij en delen mee in de overwinning.
Uiteraard moet het ook een keer mis gaan. Na een paar dagen is mijn moeder overtuigd van mijn kunsten. Ze kijkt niet meer zo scherp over mijn schouder mee. Ik maak van de gelegenheid gebruik om eens een grote boodschap op de grond te doen. In een mum van tijd cirkelt er een kolonie vliegen boven het bruine gevaarte. Gelukkig heb ik een locatie nabij de tuinslang uitgekozen. Mijn moeder verwijdert het ding snel en vakkundig en spuit de tegels schoon. Opnieuw word ik onder toezicht geplaatst. Toch is ze apentrots dat ik zo toegewijd ben aan mijn doel.
Een aantal dagen later mag ik zelfs zonder luier binnen lopen. Het is dus tijd om mijn pijlen op de nachtluier te richten. Mijn moeder vindt dat echter geen optie. Ze consulteert vriendin S. over de kwestie. Die spreekt zich uit in mijn voordeel. Die avond legt mijn moeder mij poedelnaakt in bed. Twee uur later controleert ze mijn bed. Mijn matrasje en deken zijn kurkdroog. Ze maakt mij wakker voor een late plas. Dan word ik hysterisch. Het volgende uur zijn mijn ouders vooral bezig om mij te kalmeren. Uiteindelijk doe ik mijn ogen weer dicht. Niet voor herhaling vatbaar dus.
Mijn grote broers hebben nu het nakijken. Met mijn oudste broer heeft het lang geduurd voordat hij de weg naar de wc had gevonden. Guus heeft nog altijd in de nachtelijke uurtjes een luier om. Gelukkig is hij overdag wel zindelijk. Anders had hij nu ook niet naar school mogen gaan. Mijn zusje krijgt overigens nog een zware dobber aan mijn prestaties. Mijn moeder verwacht nu natuurlijk dat zij nog eerder dan mij zindelijk zal zijn. Meisjes zijn tenslotte sneller, zegt men. Noor moet dus voor haar tweede verjaardag zindelijk zijn. Ik wil wel eens zien of haar dat lukt.
-
Nootje erbij?
Het is een heerlijk luie zaterdag. Mijn broers en ik kijken nog even naar de televisie. Oppas S. staat zometeen voor de deur. Elke week komt ze een tweetal uurtjes op ons oppassen. Mijn moeder doet in de tussentijd boodschappen of neemt het huis onderhanden. S. wil graag ervaring als oppas opdoen. Ons gezin met vier kinderen biedt meer dan voldoende uitdaging voor de eerste keer. Ik ben overigens hartstikke tevreden over haar prestaties. Ze is heel lief en kan goed met mij spelen. Bovendien heeft ze een skateboard waar mijn broers en ik zo af en toe op mogen rijden.
Na de lunch gaat S. weer naar huis. Oma Teun staat voor de deur. Ze heeft een lange treinreis achter de rug. Guus gaat straks mee met haar naar huis. Hij blijft een weekje logeren. Mijn oma weet dat mijn broer gek is op treinen. Vandaar dat ze niet met de auto is gekomen. Voor de lol doet ze het niet; mijn oma is bekaf en moet echt even bijkomen. Mijn moeder zet een kop koffie voor haar en smeert een broodje. Niet lang daarna brengen wij oma en Guus naar het station. Ik benijd mijn broer en wil ook graag mee met de trein. Dat mag de volgende keer, belooft oma.
Na het avondeten brengt mijn moeder mij naar bed. Ik val makkelijk in slaap na zo’n drukke dag. Een paar uur later ben ik echter klaarwakker. Mijn moeder komt naar me toe. Ze wil weten waarom ik niet slaap. Ik mopper dat mijn luier niet goed zit. Dan wil ik een glaasje water. Ook wil ik nog wel even bij mijn moeder op schoot liggen. Daarna wil ik nog meer water. Na een uur geeft mijn moeder het op. Ze wordt onrustig van mijn gedraai en mijn gejammer. Het probleem is duidelijk; ik heb een goede powernap achter de rug en ben niet van plan mijn bed weer op te zoeken.
Mijn moeder legt zich neer bij de situatie en probeert het beste ervan te maken. Ik mag mee naar beneden. Op haar schoot kijk ik naar de televisie. Deze uitzending is zeker niet zo leuk als Masja en de Beer of Thomas de Trein. In mijn situatie kan ik echter niet kieskeurig zijn. Dan zet mijn moeder me opeens naast haar op de bank. Ze heeft zin in iets lekkers. Uit de trapkast haalt ze een zak doppinda’s. Ze biedt me een paar aan. Ik heb echter trek in een ander soort nootje. Ze weet welke ik bedoel. Ik krijg een goed gevuld kommetje met rozijnen. Gezellig kijken we samen verder.
Een tijdje later verschijnt mijn vader ten tonele. Hij heeft tot nu toe hard gewerkt op zijn kantoor. Nu is het tijd om te relaxen. Hij is zichtbaar verrast als hij mij op de bank ziet zitten. Mijn moeder geeft kort uitleg. Ik geniet van de late avond en vooral van de grote bak popcorn die naast me op de bank staat. Dan heb ik zin om te spelen. Bljikbaar maak ik het nu iets te bont; mijn vader staat op en pakt me beet. Ik huil en sla wild om me heen. Toch val ik vrijwel meteen in slaap. De volgende ochtend word ik pas ik laat wakker. Zo heeft iedereen wel profijt van mijn slapeloosheid.
-
Treinen kijken
Mijn vader werkt hard voor zijn eigen bedrijf. In de tuin staat een mooie kantoorruimte speciaal voor mijn vader. Mijn broer Guus en ik spelen veel buiten. We schoppen dan veel herrie met elkaar. Mijn vader kan zich zo niet concentreren. Daarom huurt hij sinds kort een kantoorruimte aan het stationsplein. Na het ontbijt krijg ik een kus van hem. Hij vertrekt met de mededeling dat hij moet werken. Ik weet wel beter: “papa treinen kijken.”