Auteur: S.S.A. Boermans

  • Witheet

    Sinds de dag dat ik rondkruip en mezelf hier en daar omhoog hijs, zakt mijn populariteit in huize Everts razendsnel naar een dieptepunt. Ik mag nergens aankomen; ik mag met niemand meespelen. Pim roept altijd mijn moeder als ik hem in de weg zit. Of ze me alsjeblieft in de box wil opbergen. Daar kan ik toch zo boos om worden! Als een speenvarken gil ik door radio en televisie heen; met al mijn kracht trek ik zijn pas aangelegde treinrails uit elkaar. Gelukkig geeft mijn moeder niet zo vaak gehoor aan Pim zijn noodkreet. Hij moet maar leren leven met (tw)ee(n) klein(e) broertje(s), is haar motto.

    Guus doet ook al zo onsportief. Hij speelt vaak met Thomas de Trein of met de auto’s. Laat dat nou net het speelgoed zijn waar ook mijn voorkeur naar uitgaat. Dat zou dan toch eigelijk een band moeten scheppen tussen twee broers. Niets is minder waar. Mijn broer wil alle treintjes en auto’s voor zichzelf hebben. Als ik aan kom kruipen om met hem mee te spelen, verzamelt hij snel alle mooie exemplaren en houdt ze dicht tegen zich aan. Dan schreeuwt hij om mijn moeder. Daar kan ik toch zo boos om worden! Ik gil het uit, trek de treintjes uit zijn handen en sla met diezelfde treintjes op Guus in. Van mijn moeder krijg ik dan een standje. Mijn broer legt ze uit dat hij ook moet leren delen met zijn kleine broertje.

    Mijn vader werkt vaak op de lap top als hij in de woonkamer zit. Dat zou ik ook wel graag willen. Ik kruip dan naar hem toe, hijs mezelf aan zijn been omhoog en geef van een verdieping lager commentaar op zijn elektronische handelingen. Liever zit ik natuurlijk met mijn neus op het scherm. Zo af en toe heb ik geluk. Dan pakt mijn vader mij op en zet me op zijn schoot. Ik mag meekijken maar nergens aankomen met mijn handjes. Dat blijkt in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn. Ik wil graag laten zien hoe goed ik met het magische apparaat kan omgaan. Dan dumpt mijn vader mij in de box. Daar kan ik toch zo boos om worden! Ik gooi mijn speen en konijn uit de box, gevolgd door de blokken en mijn radiootje. Mijn moeder moet lachen en herinnert mijn vader aan het gezegde ” zo vader, zo zoon”. Hij moet maar accepteren dat hij niet de enige nerd hier in huis is.

    Vandaag is mijn moeder de pineut. Ik ben erg moe en hang al de hele middag aan haar rok. Ik wil opgetild worden en meekijken naar wat ze aan het brouwen is in de keuken. Mijn moeder wil best wel medewerking verlenen aan mijn wens. Vervolgens zit ik op haar heup en kijk ik mee in de pan. Plotseling grijp ik naar de spatel. Dat mag niet van mijn moeder. Dan probeer ik het handvat van de loeihete pan te pakken. Dat vind mijn moeder ook geen goed idee. Sterker nog, ze is mijn pottenkijkerij meer dan zat. Ze marcheert naar de woonkamer en zet me tussen de speelgoedauto’s neer. Binnen een paar tellen staat ze weer in de keuken. Ik ontsteek in grote woede; mijn gezicht trekt wit weg en het stoom komt uit mijn oren. Dan gooi ik mezelf plat op de grond. Een twintigtal minuten blijf ik liggen en krijs zo hard als ik kan.

    Ondertussen kijk ik met een schuin oog richting de keuken. Mijn moeder volgt met belangstelling het tafereel. Ze maakt echter geen aanstalten om me op te pakken, te knuffelen en mijn boosheid te sussen met begripvolle woorden. Dan geef ik het op. Ik hijs mezelf weer in zithouding, pak een treintje en speel verder met de duplo rails. Mijn eerste echte woedeaanval is voorbij. Ik ben nu weer rustig.

     

  • Navelstreng

    24 mei 2013: vanochtend lagen de resten van mijn navelstreng in de luier. Ik heb nu definitief afscheid genomen van mijn oude verblijfplaats.