Broederliefde

Vroeg op de ochtend is het weer hommeles in huis. Woedend ren ik mijn grotere broer achterna. Hij heeft mijn brandweerauto in zijn hand. Mijn moeder grijpt in en Guus retourneert met tegenzin het voorwerp. Heel even voel ik mij weer helemaal ” zen”. Vanuit mijn ooghoeken zie ik Pim met Optimus Prime spelen. Dat is mijn rescue bot! De auto laat ik uit mijn hand vallen. Als een dolle hond ren ik op mijn oudste broer af. Uit puur lijfsbehoud geeft Pim mij snel het speelgoed terug.

Gelukkig zitten mijn broers een groot gedeelte van de dag op school. Dat wil niet zeggen dat ik nu in alle rust kan spelen. Mijn zusje vormt een grote bedreiging sinds ze kan kruipen. Ze heeft nogal de neiging om zich met mijn spel te bemoeien. Met name mijn brandweerauto Jupiter vindt ze erg interessant. Als ik haar die niet direct overhandig, trekt ze aan mijn haren of huilt hysterisch. Laat op de ochtend houdt ze haar schoonheidsslaapje. Twee hele uren heb ik mijn speelgoed voor mezelf.

Bij mijn opa Boermans in België kom ik weer helemaal tot mezelf. Urenlang lig ik op de grond en speel met mijn brandweerkazerne en Jupiter. Met de poppetjes van Sam en Jenny voer ik het ene na het andere toneelstukje over het leven van een brandweerman op. Mijn opa heeft geen kind aan mij. Zo af en toe kijk ik televisie. Ik vind het heerlijk dat ik gewoon kan kijken wat ik zelf wil. Mijn broers behandelen mij altijd als een soort Assepoester als het om de afstandbediening gaat.

Ik amuseer mij kostelijk bij mijn opa. Hij heeft veel leuke uitstapjes op de planning staan. Zo bezoeken we een indoor speelhal en maken we korte autoritjes door de omgeving. Mijn opa verwent mij de hele dag met crackers met pindakaas en broodjes met chocoladepasta. Mijn arme broers zuchten thuis hoogstwaarschijnlijk onder het suikerarme regime van mijn moeder. Mijn gedachten gaan naar hen uit. Dan neem ik nog een grote slok van mijn mierzoete limonade.

Toch breekt de stilte me na een paar dagen op. De laatste avond huil ik dikke tranen. Mijn opa weet zich geen raad. Uiteindelijk val ik van vermoeidheid in slaap. De volgende ochtend ben ik rustig. Ik weet dat de verlossing nabij is. Buiten hoor ik de kiezelsteentjes zuchten onder het zware gewicht van onze grote blauwe auto. Ik ren naar de deur. Mijn moeder maakt ‘m voorzichtig open. Dolgelukkig val ik mijn -ietwat verbouwereerde- broertjes in de armen. Ik heb ze zó gemist.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *