Als een dolle ren ik rondjes op de parkeerplaats van de lokale supermarkt. In mijn handje houd ik een lekker kaascroissant vast. Mijn moeder zet intussen de boodschappen in de bakfiets. Vervolgens hijst ze Guus in het zitje achterop. Ze roept me dat we naar de trein gaan kijken. Ik zet meteen koers richting de bakfiets. Dan struikel ik over mijn eigen voeten. Languit lig ik op mijn snufferd. Het broodje ligt enkele centimeters voor me. Snikkend betoon ik mijn medeleven: ” broodje auw.”
Geef een reactie