Categorie: 2015

  • Doe-het-zelver

    De ochtend is nauwelijks begonnen maar ik spring vol enthousiasme al in het rond. Het belooft weer een drukke dag te worden. We kunnen ons daarom maar beter snel gaan aankleden. Mijn moeder haalt mijn kloffie uit de kast. Op de grond stalt ze mijn ondergoed -instapklaar- uit. Ze biedt vriendelijk aan mij te helpen. Ik sla haar aanbod af en ga voortvarend aan de slag. Mijn benen steek ik door de pijpen van mijn onderbroek. Dan sta ik op en trek het kleine lapje stof vervolgens over mijn billen. Dat kunstje herhaal ik nogmaals met mijn joggingbroek. Ik kan het prima zelf.

    Beneden heeft mijn moeder de ontbijttafel al in gereedheid gebacht. Ze heeft ook aan mijn favoriet gedacht; een groot glas versgeperste jus d’orange. Ik sla het in een keer achterover. Mijn moeder is druk bezig in de keuken. Ze bakt eieren voor Noor en maakt een tosti voor Guus klaar. Ik kan niet wachten en besluit mijn boterham zelf te smeren. Ik eigen mij het grote mes van mijn vader toe. De pot met pindakaas trek ik dichterbij. Dan ga ik aan de slag. Mijn moeder vraagt of ze mij kan helpen. Dat is niet nodig; ik haal een grote lik uit de pot en eet ‘m – zonder brood- op.

    Na het ontbijt rest ons nog een paar minuten voordat we naar school gaan. Mijn broers trekken hun jassen aan en zoeken naar hun schoenen. Mijn zusje wacht in haar jasje vol geduld voor de achterdeur. Mijn moeder zet mij nog even, voor alle zekerheid, op het toilet. Dan pakt ze een papiertje van de rol. Ik gris het uit haar hand met de mededeling dat ik het zelf wel kan. Dan voel ik opeens dat ik ook nog een grotere boodschap moet. Ik hou niet zo van pottenkijkers. Daarom stuur ik mijn moeder weg met de woorden; ” roep klaar ben, mama.”

    Mijn zusje ligt boven in bed te slapen. Ik mag ondertussen televisie kijken. Mijn moeder navigeert voor mij door het menu van Netflix. Plots krijg ik een woedeaanval. Pas als ik de afstandsbediening in mijn eigen handje houd, ben ik tevreden. Ik kan prima zelf mijn favoriete serie opzetten. Mijn moeder besluit zich dan maar op het huishouden te storten. Ze negeert mijn getier tegen de televisie. Die doet niet wat ik wil. Uiteindelijk moet ik toch op mijn knieen en hulp. ” Mama”, roep ik, ” het lukt niet zelf. Mama doen.”

     

     

     

  • Wie A zegt….

    Volgend jaar mei is het eindelijk zover; ook ik mag dan naar school. De A.A.-school is een kleine school van zo’n 250 leerlingen, gesitueerd nabij het dorpscentrum. De 3 kleuterklassen zijn ieder een combinatie van groep 1 en 2. Pim, mijn oudste broer, heeft zijn kleuterige jaren doorgebracht in groep 1/2-C. Een gezellige doch chaotisch klas. Het is er zo leuk dat veel ouders blijven plakken terwijl de les eigenlijk allang had moeten beginnen. Ondertussen rennen de kinderen de klas in en uit. Voor Pim was het helaas niet de meest ideale klas. Precies om eerder genoemde redenen.

    Guus zit inmiddels alweer een half jaar in de klas van juf M. en juf A, groep 1/2- A. Hier leveren ouders hun kinderen ’s ochtends af en vertrekken vrijwel onmiddellijk. Bijkletsen doen de dames en heren wel op het schoolplein. De juffen beginnen in ieder geval op tijd met het dagprogramma. Het zijn ook zo’n schatjes. Ik krijg altijd wel een aai over mijn bol als ik mijn grote broer kom brengen. Dan mag ik ook nog even spelen met de grote brandweerauto. Of ik duik de poppenhoek in en strijk snel het wasgoed weg en kook een lekker potje voor vanavond.

    In contrast met de chaos van groep C en de gestructureerde drukte van groep A, staat groep B. Juf J. en juf S. hebben aardig de zweep over haar pupillen liggen. De leerlingen geven de juf ’s ochtends een handje en nemen plaats op hun stoeltje. Daar blijven ze dan ook zitten totdat de juf begint met het ochtendritueel. Ouders leveren hun kinderen bij voorkeur bij de deur af. Hun aanwezigheid in de klas leidt tot onrust en dient derhalve tot het minimum te worden beperkt. Deze aanpak werpt duidelijk vruchten af; het is er muisstil. En dat met wel dertig kleuters!

    Ons gezin is te gast bij juf M. voor een eerste kennismaking. M. vraagt mij wanneer ik naar school kom. Mijn moeder geeft antwoord en meldt meteen dat ze druk nadenkt over de meest ideale plaatsing. Ze neigt naar groep B. ” Onze Bas heeft een strakke hand nodig,” zegt ze, ” de juffen van groep B hebben nogal een reputatie op dat vlak.” Juf M. kijkt mij verlekkerd aan. Blijkbaar ziet ze mijn toekomstige aanwezigheid wel zitten. Ze laat zich dan ook niet afschrikken door de weinig vleiende woorden van mijn moeder. ” Wij kunnen ook streng zijn,” laat ze weten.

    Vanochtend ben ik in een baldadige bui. In het klaslokaal trek ik mijn jas uit en gooi ‘m achteloos op de grond. Juf M. laat mijn actie niet zonder haar gepeperde mening passeren. Op het gezicht van mijn moeder verschijnt nu een grote grijns. Ze laat de juf weten dat ze inmiddels het opperhoofd van de school heeft verzocht mij in groep A. te plaatsten. Vol ongeloof vraagt M. of mijn moeder mij niet voor groep B. bedoeld had. ” Nee hoor”, zegt mijn moeder. Als de juf net zo streng is als ze beweert, dan ben ik hier aan het juiste adres. Tja, wie (klas) A zegt, moet ook A zeggen.

  • Op het potje

    De aanwezigheid van het wit stuk plastic om mijn billen irriteert mij ontzettend. Ik ben een groot liefhebber van naaktlopen. Daar kan ik niet volledig uiting aan geven, zolang mijn ouders mij een luier aan blijven doen. Het verwisselen van het onding leidt daarom ook steenvast tot een worsteling. Mijn moeder legt uit mijn bezwaar wel te begrijpen. Sterker nog, ze ziet zelfs een mogelijkheid; ik moet mijn behoefte op de wc of een potje doen. De grote vraag is echter of deze kleine, koppige peuter zich iets laat aanleren. Haar voorstel zet me wel aan het denken.

    Mijn moeder besluit gehoor te geven aan mijn wens volledig in geboortekostuum rond te huppelen. Het is zomer en ik breng de meeste tijd dan ook buiten door. Ze houdt me als een havik in de gaten. Op een tweetal strategische locaties staan potjes opgesteld. Zodra ik een seconde te lang blijf stilstaan, grijpt ze me bij de kladden en zet ze me op het dichtsbijzijnde potje. Het werkt warempel ook nog. Ik bewonder de grote drol die ik net heb geproduceerd. Als beloning krijg ik een ijsje van mijn moeder. Mijn broers applaudiseren voor mij en delen mee in  de overwinning.

    Uiteraard moet het ook een keer mis gaan. Na een paar dagen is mijn moeder overtuigd van mijn kunsten. Ze kijkt niet meer zo scherp over mijn schouder mee. Ik maak van de gelegenheid gebruik om eens een grote boodschap op de grond te doen. In een mum van tijd cirkelt er een kolonie vliegen boven het bruine gevaarte. Gelukkig heb ik een locatie nabij de tuinslang uitgekozen. Mijn moeder verwijdert het ding snel en vakkundig en spuit de tegels schoon. Opnieuw word ik onder toezicht geplaatst. Toch is ze apentrots dat ik zo toegewijd ben aan mijn doel.

    Een aantal dagen later mag ik zelfs zonder luier binnen lopen. Het is dus tijd om mijn pijlen op de nachtluier te richten. Mijn moeder vindt dat echter geen optie. Ze consulteert vriendin S. over de kwestie. Die spreekt zich uit in mijn voordeel. Die avond legt mijn moeder mij poedelnaakt in bed. Twee uur later controleert ze mijn bed. Mijn matrasje en deken zijn kurkdroog. Ze maakt mij wakker voor een late plas. Dan word ik hysterisch. Het volgende uur zijn mijn ouders vooral bezig om mij te kalmeren. Uiteindelijk doe ik mijn ogen weer dicht. Niet voor herhaling vatbaar dus.

    Mijn grote broers hebben nu het nakijken. Met mijn oudste broer heeft het lang geduurd voordat hij de weg naar de wc had gevonden. Guus heeft nog altijd in de nachtelijke uurtjes een luier om. Gelukkig is hij overdag wel zindelijk. Anders had hij nu ook niet naar school mogen gaan. Mijn zusje krijgt overigens nog een zware dobber aan mijn prestaties. Mijn moeder verwacht nu natuurlijk dat zij nog eerder dan mij zindelijk zal zijn. Meisjes zijn tenslotte sneller, zegt men. Noor moet dus voor haar tweede verjaardag zindelijk zijn. Ik wil wel eens zien of haar dat lukt.

  • Nootje erbij?

    Het is een heerlijk luie zaterdag. Mijn broers en ik kijken nog even naar de televisie. Oppas S. staat zometeen voor de deur. Elke week komt ze een tweetal uurtjes op ons oppassen. Mijn moeder doet in de tussentijd boodschappen of neemt het huis onderhanden. S. wil graag ervaring als oppas opdoen. Ons gezin met vier kinderen biedt meer dan voldoende uitdaging voor de eerste keer. Ik ben overigens hartstikke tevreden over haar prestaties. Ze is heel lief en kan goed met mij spelen. Bovendien heeft ze een skateboard waar mijn broers en ik zo af en toe op mogen rijden.

    Na de lunch gaat S. weer naar huis. Oma Teun staat voor de deur. Ze heeft een lange treinreis achter de rug. Guus gaat straks mee met haar naar huis. Hij blijft een weekje logeren. Mijn oma weet dat mijn broer gek is op treinen. Vandaar dat ze niet met de auto is gekomen. Voor de lol doet ze het niet; mijn oma is bekaf en moet echt even bijkomen. Mijn moeder zet een kop koffie voor haar en smeert een broodje. Niet lang daarna brengen wij oma en Guus naar het station. Ik benijd mijn broer en wil ook graag mee met de trein. Dat mag de volgende keer, belooft oma.

    Na het avondeten brengt mijn moeder mij naar bed. Ik val makkelijk in slaap na zo’n drukke dag. Een paar uur later ben ik echter klaarwakker. Mijn moeder komt naar me toe. Ze wil weten waarom ik niet slaap. Ik mopper dat mijn luier niet goed zit. Dan wil ik een glaasje water. Ook wil ik nog wel even bij mijn moeder op schoot liggen. Daarna wil ik nog meer water. Na een uur geeft mijn moeder het op. Ze wordt onrustig van mijn gedraai en mijn gejammer. Het probleem is duidelijk; ik heb een goede powernap achter de rug en ben niet van plan mijn bed weer op te zoeken.

    Mijn moeder legt zich neer bij de situatie en probeert het beste ervan te maken. Ik mag mee naar beneden. Op haar schoot kijk ik naar de televisie. Deze uitzending is zeker niet zo leuk als Masja en de Beer of Thomas de Trein. In mijn situatie kan ik echter niet kieskeurig zijn. Dan zet mijn moeder me opeens naast haar op de bank. Ze heeft zin in iets lekkers. Uit de trapkast haalt ze een zak doppinda’s. Ze biedt me een paar aan. Ik heb echter trek in een ander soort nootje. Ze weet welke ik bedoel. Ik krijg een goed gevuld kommetje met rozijnen. Gezellig kijken we samen verder.

    Een tijdje later verschijnt mijn vader ten tonele. Hij heeft tot nu toe hard gewerkt op zijn kantoor. Nu is het tijd om te relaxen. Hij is zichtbaar verrast als hij mij op de bank ziet zitten. Mijn moeder geeft kort uitleg. Ik geniet van de late avond en vooral van de grote bak popcorn die naast me op de bank staat. Dan heb ik zin om te spelen. Bljikbaar maak ik het nu iets te bont; mijn vader staat op en pakt me beet. Ik huil en sla wild om me heen. Toch val ik vrijwel meteen in slaap. De volgende ochtend word ik pas ik laat wakker. Zo heeft iedereen wel profijt van mijn slapeloosheid.

  • Met kleine wieltjes vooruit

    Elke dag brengen we Pim naar school. Noor en ik zitten in de bakfiets van mijn moeder. Guus huilt dat hij niet op zijn eigen fietsje mee mag. Hij moet genoegen nemen met het stoeltje achterop. Pim fietst voor ons en wijst de weg. Na het moment van afleveren fietst mijn moeder steenvast naar het station van de Nederlandse Spoorwegen. Mijn broer en ik kijken namelijk heel graag naar de treinen die ons stadje aandoen of eraan voorbij razen. Een dag geen treinen gezien, is een dag niet geleefd. Noor vindt het allemaal best en hangt inmiddels halfslapend in haar stoeltje.

    Op het perron wachten wij op de sprinter uit Utrecht. Gelukkig houden de machinist en conducteur even een korte pauze op dit station. Plotseling gaat het geluidssignaal van de spoorbomen af. De sprinter laat nu niet meer lang op zich wachten. Ik spring op en neer en klap in mijn handjes. Guus rent als een dolle hond rondjes op het perron. De trein komt tot stilstand. De machinist stapt uit. Hij ziet mijn enthousiasme en biedt mij een kijkje in de cockpit aan. Dat vind ik echter veel te spannend. Ik durf zelfs het knopje om de deuren te openen, niet aan te raken.

    Na een paar weken ben ik gewend aan het open en dichtgaan van de deuren. Guus maakt om de haverklap de deuren open. Dan stapt hij naar binnen. Ik vind het erg gevaarlijk en raak helemaal in paniek. De trein zou natuurlijk zomaar kunnen wegrijden met mijn broer. Misschien is hij dan voorgoed verdwenen. Toch wint mijn nieuwschierigheid het van de angst na een aantal weken. Op een goede dag vraag ik mijn moeder of zij even met mij in de trein wil kijken. Ze opent de deur en gaat samen met mij en Guus naar binnen. Natuurljik stapt ze ook op tijd weer uit.

    De volgende stap is een korte rit met de trein. Mijn moeder kiest Hilversum uit. Die reis duurt maar vier minuten. In geval van nood kan mijn vader ons nog altijd komen ophalen. Op het station koopt mijn moeder een railrunner voor mijn broer. Noor en ik mogen gratis mee. We wachten op het perron op de sprinter. Als de trein stopt, zoek ik toch even de veiligheid van mijn moeder op. Een mevrouw helpt mijn moeder de wandelwagen waarin mijn zusje slaapt, in de trein te tillen. Tijdens het rijden zit ik zowat aan mijn moeder vastgeplakt. Toch ben ik razendenthousiast.

    Het uitstapje naar Hilversum smaakt naar meer. Nu wil mijn broer graag met de intercity rijden. Dat betekent dat we naar Amsterdam gaan Met de sprinter rijden we naar de hoofdstad. Op het centraal station maken we meteen rechtsomkeers. We zijn nog net op tijd om met de vertragende intercity richting Hilversum te vertrekken. Inmiddels ben ik al een stuk vrijer in mijn bewegingen. Ik zit tussen mijn moeder en Guus in en heb de grootste lol. In Hilversum moeten we nog een keer overstappen. Doodmoe maar voldaan gaan we naar huis. Morgen wil ik weer!

  • Slaapkamergeheimen

    “ Hij kan niet van mij zijn”, zegt mijn vader op een avond tegen mijn moeder. Mijn moeder moet lachen. “ Van wie moet hij dan zijn?”, is haar wedervraag. Mijn vader heeft geen antwoord paraat. “ De postbode ziet er heel Arabisch uit”, vervolgt ze, “ dat kan dus niet.” Buiten hem en mijn vader ziet mijn moeder geen man. Van mijn broers en zusje kan mijn vader nog enigszins een genetisch verband zien. Pim heeft de looks van hem, Guus zijn intelligentie. Noor lijkt op haar twee oudste broers. Over hen hoeft mijn vader mijn moeder dus absoluut niet aan de tand te voelen.

    Mijn vader verbaast zich over mijn witte haar. Naar zijn mening zal ik nooit bijkleuren. Dat lijkt hij te kunnen bepalen aan de hand van mijn haast niet waarneembare wenkbrauwen en wimpers. Een foutje van de natuur. Toegegeven, ik val nogal uit de toon met mijn broers en zus. Mijn moeder krijgt de slappe lach. Ze herinnert mijn vader eraan dat zijn bloedeigen moeder als dreumes ook zo wit was. Oma Ria heeft haar foto’s laten zien. Zij is wel met de tijd bijgekleurd, voert mijn vader ter verdediging aan. ” Bas is een laatbloeier”, antwoordt mijn moeder poeslief, ” net als jij!”

    Dan snijdt mijn vader het onderwerp naaktlopen aan. Ik loop graag zoals de natuur het bedoeld heeft. Zeker nu het zo’n mooi weer is, loop ik poedelnaakt door huis en tuin. Ook als het buiten op z’n zachts gezegd frisje is, weiger ik een shirtje en broek aan te doen. Ik snap wel dat ik me moet aankleden als we op pad gaan. Dat doet opa Tjerk ook, oppert mijn moeder. Het is natuurlijk de vraag of naaktlopen een genetische eigenschap is. In dat geval is mijn gedrag heel verklaarbaar, redeneert ze. Bij haar thuis houdt iedereen de kleren aan. Mijn vader trekt een zuur gezicht.

    Het ergert mijn vader dat ik zo’n heethoofd ben. Het is waar dat ik mijn emoties de vrije loop laat. Mijn hoofd wordt zo rood als een tomaat als iemand of iets mij boos maakt. Ik gil als een groot speenvarken. Zo af en toe blijf ik in de hysterie hangen. In dat geval houdt mijn vader mijn hoofd onder de kraan. Hij weet uit ervaring dat dit een zeer effectieve methode is. Mijn moeder wil graag weten hoe hij aan deze kennis komt. Blijkbaar heeft hij zelf in zijn kinderjaren vaak genoeg met zijn hoofd onder het water gehangen. Mijn moeder houdt wijselijk haar mond.

    Mijn vader is een heel slimme man. Hij kan toveren met de I-pad, laptop en computer. Complete overkappingen zet hij in een handomdraai op. Hij zet een kastenwand zó inelkaar en legt de electra van een geheel huis aan. Alleen in rekenen en logisch nadenken blinkt hij blijkbaar niet uit. Ga maar na: een witkleurige oma + een naaktlopende opa + een heethoofdige vader levert een witkleurig, naaktlopend en heethoofdig kind op. ” Maar goed,” zucht mijn moeder, ” een dna-test kan natuurlijk altijd.” Nu ze zo erover nadenkt, moet ze misschien zelf wel eentje laten doen.

  • Krukje

    Op de gang bij ons thuis staat een wit, plastic krukje. Het ding is afkomstig uit een groot Zweeds woonwarenhuis. MIjn ouders hebben het ooit aangeschaft toen mijn oudste broer zindelijkheidstraining kreeg. Pim is inmiddels zo groot dat hij zonder hulpmiddelen op het toilet kan gaan zitten. Nu heeft Guus ‘m in gebruik. Met belangstelling volg ik de gang van zaken; Guus pakt het krukje, zet het voor het toilet neer en klimt erop. Zo kan hij bij het toilet en bij de wasbak. Dat zet me aan het denken.

    In de trapkast bewaart mijn moeder vooral veel lekkers; koekjes, snoepjes, chips en popcorn. Echt vrijgevig is ze niet. Integendeel, mjn broers en ik zijn van menig dat we wel eens vaker iets te snoepen mogen krijgen. Huilend op de grond voor de kast liggen om haar tot uitdelen te dwingen, leidt niet tot het gewenste resultaat. Ik besluit het heft in eigen handen te nemen. Op de gang pak ik het krukje en zet het voor de trapkast. Nu kan ik aan de klink. Helaas krijg ik de deur niet helemaal open; het krukje staat ervoor.

    Dan valt mijn oog opeens op de mooie lego-auto van mijn oudste broer. Die staat op een plank hoog in de boekenkast. Mijn moeder heeft Pim en Guus geleerd hun spullen op ooghoogte in de kast te zetten. Zo kan ik er niet met mijn grijpgrage handjes aan. Denkt ze. Ik klim van het krukje af en loop ermee naar de boekenkast. Daar zet ik het neer en klim erop. Met glimmende oogjes pak ik de auto vast. Op de achtergrond hoor ik Pim in huilen uitbarsten en om moeders roepen. Snel verstop ik me onder de tafel.

    Boven op mijn kamer bedenk ik later die avond hoe ik mijn nieuw verworven kennis kan toepassen. Lang broeden op een idee hoef ik niet. Aan de muur hangt de wasbak voorzien van een grote kraan. Heel toevallig ben ik dol op spelen met water. Helaas, hier is geen krukje voor handen. Ik kijk mijn kamer rond. In de hoek staat een stoel. Ik schuif hem naar de wasbak, klim erop en zet de kraan vol open. Lang duurt de pret niet; mijn moeder heeft een rader voor kattekwaad. Binnen een minuut is ze boven en draait de kraan snel uit.

    Mijn ouders zijn wel eens boos op mij als ik weer eens van mijn ondernemende kant laat zien. Gelukkig snappen ze ook wel dat het echt niet aan mij persoonlijk ligt. Ik ben nu eenmaal slachtoffer van de situatie; ik ben de jongste van drie zeer slimme en ondernemende jongetjes. Mijn broers doen de hele dag

     

     

  • Al Bassy

    Stelt u zich voor; een hoekwoning gelegen aan een drukke doorgaande weg in het lieflijk plaatsje B. Vanuit het zolderkamertje geef ik leiding aan een terroristisch cel. Iedereen tussen de 18 en 48 maanden oud moedig ik aan om lid te worden van mijn groepering. De andere criteria; de kandidaat moet  bijvoorbeeld in staat zijn ’s nachts een heel huishouden wakker te houden. Ikzelf hanteer altijd vaste tijden waarop ik mijn ouders drill. Zo rond 02.00 uur, om 04.00 uur en tenslotte om 05.30 uur. Mijn persoonlijk tip: niet huilen en schreeuwen als je ook krijsen kunt.

    De ideale kandidaat weet van nature hoe hij/zij het ontbijt moet verstieren. Ikzelf hang bij voorkeur graag aan de rok van mijn moeder. Het is een pure machtstrijd die ik uiteindelijk altijd win. Mijn moeder heeft ’s ochtends te veel te doen om ook nog een dreinende peuter zijn plaats te wijzen. Dus zit ik al snel op mijn billen op het aanrecht en gooi de vieze schillen van de sinaasappelen op de grond. Een extra taakje voor moeders. Als zelfverklaarde troonopvolger eis ik het eerste glas op. Dan wl ik per se nog een tweede; de rest van het kroost moet het maar doen met wat nog over is.

    Juist, het andere kroost. Broertjes en zusjes zijn targets bij uitstek als het gaat om het uitvoeren van terroristische missies. Hoe meer, hoe beter zeg ik altijd maar. De mogelijkheden om hen het leven te verzieken zijn legio; het haar van de barbi-pop afknippen, de toren van duplo-stenen neermaaien en autootjes inpikken. Als aanstaand-lid van mijn terroristsche organisatie moet hij/zij aanleg hebben om meesterlijke plannen te bedenken. De meeste inspriatie doe ikzelf trouwens op tijdens mijn time-out in de box. Dan heb ik goed overzicht over de zwakke plekken.

    Een prima gelegenheid om terroristische activiteiten te bezigen, is het tripje buiten de deur. Het medelid in spé dient het meeliften in de zogeheten buggy’s ten alle tijden te boycotten. Het is gewoon een list bedacht door ouders en uitgevoerd door producenten van wandelwagens. De riemen met clips die niemand kan openen, ontnemen iedere mogelijkheid om een uitstapje naar de markt of de winkel totaal te verzieken. Denkt u hier even over na; van een huilend kind staat niemand te kijken. Een kind dat alles uit de schappen trekt, trekt des te meer aandacht.

  • De pianoman

    Mijn vader is een plaatselijke beroemdheid; hij is dé ster van het Baarns Mannenkoor. Iedere maandagavond loopt hij, gewapend met zijn liederenboek, om half 8 de deur uit. Tot een uur of 10 zingt hij met een groep hoogbejaarde mannen het hoogste lied. Mijn vader is nog maar een broekie met z’n 50 jaar, kan ik u zeggen. Een paar keer per jaar treedt dit illustere gezelschap op. Helaas zijn kleine kinderen lang niet altijd welkom; de muziek is veel te hard voor onze kleine oren. Bovendien zijn wij nu eenmaal een grote stoorzender bij dit soort gelegenheden.

    Vandaag is echter open repetitie. Belangstellenden kunnen komen kijken en horen of het koor misschien een nieuwe hobby voor hen kan zijn. Na afloop mogen wij even naar onze papa komen luisteren. Mijn moeder bereidt ons voor op ons uitje. Ze hijst mij in de jas, helpt Guus in zijn laarzen, maakt de fles voor Noor klaar en haalt het fietsje van Pim uit de schuur. We zijn klaar voor vertrek. Ik dribbel achter mijn moeder aan terwijl mijn broers al lang en breed de straat uit zijn. Gelukkig bevindt het clubhuis van mijn vader zich slechts enkele straten verderop. 

    Bij binnenkomst herken ik mijn papa onmiddelijk; hij is de enige zonder wit haar en kunstgebit. Ik ren enthousiast op hem af en kruip op zijn schoot. Samen kijken we in zijn liederenboek. Dan klinkt opeens luid gezang. Ik schrik me een hoedje, laat me van mijn vader’s schoot afglijden en ren naar mijn moeder. Ze is druk bezig Guus gerust te stellen. Hij heeft last van zijn oren en wil onmiddelijk naar huis. In de wandelwagen ligt mijn zusje luid te jammeren. Het harde geluid deert haar niet, haar lege maag des te meer.

    Tien minutenlang ben ik in hevig gevecht met mezelf verwikkeld; ik wil bij mijn papa zijn maar het aantal decibel om hem heen bevalt me niet. Ik ren van mijn vader naar mijn moeder en vice versa. Daar word ik wel een beetje moe van. Ik onderbreek mijn loopje om bij de piano uit te rusten. De meneer op de kruk nodigt mij uit om met hem samen te pingelen. In eerste instantie weiger ik. Dan ga ik toch overstag. Terwijl de meneer zijn deuntje speelt, zorg ik voor de speciale mzuiekeffecten tussendoor. Hilariteit alom!

    Al snel ben ik alle schaamte en angst voorbij. Ik til mijn muzikaliteit naar een hoger niveau en voeg me bij de dirigent. Die lijkt even de kluts door mijn aanwezigheid. Ik kopieer zijn wilde gebaren. De Baarnse zangers liggen in een deuk. Een