Van mijn opa krijg ik een heel speciaal cadeau voor mijn geboorte. Het is een klein bruinkleurig knuffelkonijn met een grappig vlinderdasje om zijn nek. Al snel is hij mijn hartendief. De paniek is dan ook groot als een aantal dagen later mijn konijn van de aardbodem verdwenen lijkt. Mijn moeder zoekt vijf lange dagen in en om ons huis. Dan geeft ze het op. Diezelfde avond doet ze een opmerkelijke ontdekking; het konijn ligt vastgeklemd tussen de muur en mijn bed.
Na een stevige wandeling van school komt mijn moeder weer thuis. Ik zit in de duowagen naast mijn zusje. Ze merkt vrijwel direct de afwezigheid van mijn konijn op. Snel marcheert mijn moeder terug naar school. Ondertussen krijst mijn zusje het uit; ze heeft honger en wil graag een fles hebben. De prioriteit van mijn moeder ligt nu echter elders. Daar op het plein, op een verkeerspaaltje heeft iemand mijn konijn te vondeling gelegd. Mijn moeder prevelt dankbaar een kort gebed.
Gewassen en gestreken zit ik naast mijn moeder op de bank in mijn slaapkamer. Ze leest voor uit het grote plaatjesboek. Dan is het hoog tijd voor mij om te gaan slapen. Mijn moeder zoekt naar mijn konijn. Al snel roept ze de hulp van mijn vader in. Zonder bevredigend resultaat. Ten einde raad legt mijn moeder mij zonder mijn vriend in bed. Drie lange dagen speurt ze het huis af. Dan doet mijn oudere broer een vreselijke ontdekking; mijn konijn ligt in de kerker van ons kasteel weggestopt.
Mijn moeder moet voor een kleine boodschap naar het centrum van ons dorp. Het is een koude maar zonnige middag. Mijn zusje zet ze in de kinderenwagen. Ik mag in de draagdoek op haar rug. Mijn konijn wil ik per se meenemen. Tegen beter weten geeft mijn moeder uiteindelijk toe. Ik moet wel beloven hem stevig vast te houden. Toch zoekt mijn moeder zich even later een ongeluk tussen het winkelende publiek. Op het bankje voor de boekhandel wacht mijn konijn geduldig op ons.
Mijn moeder is het meer dan zat; mijn konijn moet aan de lijn. Ze tovert een key cord tevoorschijn en knoopt die om de nek van mijn konijn. Witheet van woede trek ik aan de strop. De integriteit van het konijnenlijf staat bij mij hoog in het vaandel. Voor mijn moeder telt alleen haar innerlijke rust. Uiteindelijk bedenkt ze een oplossing; mijn konijn heeft voortaan huisarrest. Dus knuffel ik voor vertrek mijn konijn en leg hem in bed. Daar zit hij wederom zielig en alleen. Maar wel veilig dit keer.
