Mijn oudste broer stoort zich mateloos aan het feit dat mijn ouders geen huwelijkse relatie met elkaar onderhouden. Dikwijls informeert hij wanneer er verandering in deze status te verwachten is. Mijn vader reageert doorgaans geïrriteerd op zijn vraag; het gaat mijn broer niets aan. Mijn moeder slaat een arm om mijn broer heen en geeft hem een kus. Dan legt ze uit dat mijn vader al eerder getrouwd is geweest. Blijkbaar is het huwelijk voor hem niet voor herhaling vatbaar.
Mijn vader is zeker niet uniek binnen onze familie. Zowel de ouders van mijn vader als die van mijn moeder zijn gescheiden. Wij als kleinkinderen hebben op die manier een indrukwekkende verzameling aan grootouders; 2 opa’s, 4 oma’s en een gelegenheidsoma. Mijn opa tovert namelijk zo af en toe oma G. uit de hoge hoed. Moeilijk doen we daar niet over. We houden van elk evenveel. Bovendien heeft mijn vader gelijk; het liefdesleven van een ander gaat ons geen snars aan.
Voor mijn oudste broer is acceptatie echter niet vanzelfsprekend. Vaak informeert hij bij mijn moeder naar de beweegredenen van mijn grootouders. In het kort komt het er op neer dat wie elkaar niet meer leuk vindt, niet meer met elkaar samenwoont. Blijkbaar is dat vervelend. Vooral voor mijn moeder. Die moppert zo nu en dan als we heen en weer pendelen tussen opa en oma. Een terugkeer naar de oorspronkelijke situatie is echter, zo verzekert ze hem, allesbehalve wenselijk.
Soms hangt mijn moeder wel een uur lang aan de telefoon met mijn oma. Ze is nogal eenzaam, zo zonder een opa in huis. Ik gris het toestel uit de handen van mijn moeder en zet het gesprek voort. “Jij ben alleen”, tetter ik in haar oor. Mijn oma kan het niet ontkennen. Dan vraagt ze of ik haar gezelschap wil komen houden. Dat zie ik niet zo zitten. Mijn oog valt op mijn zusje die even verderop met haar pop speelt. “Noor komt wel”, troost ik haar. Mijn zusje is gelukkig meteen enthousiast.
Vandaag verjaar ik. Voor deze gelegenheid hebben we zojuist een fraai versierde taart bij de bakker opgehaald. In de boodschappentas liggen zakken vol chips, chocolaatjes en ander lekkernijen Als een gek spring ik op de bank. Mijn moeder maant mij tot rust en vraagt mij wie zo dadelijk voor de deur staat. “Opa Teun!”, roep ik. Mijn moeder trekt me naar zich toe en knuffelt me. Ze waardeert mijn enthousiasme wel maar boort al mijn hoop de grond in; dat scenario wordt nooit werkelijkheid.