Categorie: 2015

  • Onderbroekenlol

    De bladeren aan de bomen kleuren rood en bruin. Het zonnetje schijnt zuinig en de temperatuur daalt langzaam maar zeker. De herfst is voelbaar begonnen. Vanochtend stap ik fris en fruitig onder de douche vandaan. Met de handdoek om me heen geslagen loop ik naar de kastenkamer. Bibberend meld ik mij bij mijn moeder. Ze lacht en vraagt of ik nu eindelijk ondergoed aan wil trekken. Ze showt een hempje en broekje met een helikopter erop. Ik ben om; vanaf nu hang ik mijn adamskostuum aan de wilgen en ga ik niet meer zonder minimaal drie lagen kleding de deur uit.

  • Waterpokken op herhaling

    Ze zitten er weer; die akelige rode stippen. Vorig jaar rond deze tijd wilde ik leren lopen. Toen zaten ze op mijn benen en onder mijn voeten. Dus besloot ik maar weer kruipend door het leven te gaan. Nu zitten de krengen overal; op mijn buik, op mijn gezicht en op mijn rug. Eigenlijk overal waar ze vorig jaar niet te zien waren. De huisarts zegt dat ik een zeldzaam geval ben; een normaal mens krijgt het maar eenmaal te verduren. Ik lijd nu samen met mijn zusje, die ook helemaal gestipt is. Nu maar hopen dat waterpokken geen derde leven hebben. Ook niet in zeldzame gevallen.

  • Speenloos

    Het was ook een beetje overdreven; dag en nacht liep ik met de speen in mijn mond. Het was een beetje genant. Nu daags voor mijn tweede verjaardag neemt mijn moeder het heft in handen. Ik lig ’s avonds in haar armen en weiger te slapen. Ik duw mijn speen in en uit mijn mond. Mijn moeder haalt de speen weg. Eerst denk ik dat ze een grapje maakt, maar het is haar ernst. Ik hou vervolgens een half uur lang het hele huis wakker met mijn gebrul. Daarna val ik in een diepe slaap. De volgende avond vraag ik mijn moeder of ik de speen mag terughebben. Dat mag niet. De derde avond ben ik al helemaal vergeten dat ik ooit dat vieze ding in mijn mond heb gehad. Ik knuffel mijn konijntje en vraag aan mijn moeder of ze me in het bedje wil leggen. Dat mag. Al snel daarna ben ik naar dromenland vertrokken.