Op het grote bed lig ik even te soezen. Mijn vader ligt naast mij. Ik aai hem zachtjes over zijn arm. Nieuwsgierig vraag ik hem wat die dingen op zijn arm zijn. “Haren”, antwoordt mijn vader. Dat kan ik niet geloven. Naar mijn professionele mening zijn het toch echt geen haren maar veren.
Categorie: Mijn wijsheden
-
Duwtje in de rug
Mijn moeder en ik zijn op weg naar huis. Mijn broertjes zitten inmiddels veilig opgeborgen op school. Ik zit achterop haar bakfiets in het zitje. Opeens duw ik mijn gezicht in haar rug en wrijf het heen en weer. Nieuwsgierig informeert mijn moeder naar mijn bezigheden. Naar eer en geweten antwoord ik haar; “ik heb snot.”
-
Dierenleed
’s Avonds laat werpt mijn moeder een blik in mijn bedje. Ik lig in foetushouding. Naast mij ligt een klein bruin voorwerp. Voor mijn moeder is het een raadsel. Ze kijkt nog eens rond in mijn bedje. Een eindje van mij vandaan ligt mijn knuffelkonijn. Opeens valt het spreekwoordelijke kwartje; mijn konijn heeft zijn arm verloren.
De volgende dag vraagt mijn moeder naar het waarom van dit zinloos geweld. Mijn konijn vindt het vast niet zo leuk. Dat betwijfel ik; “nijn kan niet huilen.”
-
Brandstof
Vanochtend zitten we met z’n allen in de auto. We zijn onderweg naar oma T. Guus blijft een aantal nachtjes bij haar logeren. Mijn vader maakt een omweg door België. Daar kan mijn vader goedkoop benzine krijgen, legt hij uit. Vanaf de middenbank voeg ik het overbodige toe; ” anders kan de auto niet rijden.”
-
Oorlogswond
Fris en fruitig stap ik onder de douche vandaan. Mijn vader droogt mij af. Ik stap op het krukje en poetst mijn tandjes. Zometeen moet ik naar bed. Daar heb ik niet zo’n zin in. Vervolgens ren ik als een bezetene rondjes in mijn kamer. Ik vuur mijn konijn op mijn moeder af. Ze pakt ‘m bij zijn oren. Ik zet mijn tanden in zijn been. Opeens heb ik een harig pootje in mijn mond. In de hand van mijn moeder ligt mijn konijn. Hij is overduidelijk geamputeerd.
-
Ik kan het zeker wel
Guus en ik hebben vanochtend ruzie. Hij wil iets dat ik niet wil. Mijn moeder kalmeert Guus en vertelt hem dat hij begrip voor mij moet hebben. Ik ben immers nog een kleine jongen en kan me nog niet goed uiten. Dat maakt me razend; ” ik kan het wel, mama!”
-
Dom
Met mijn broers en zusje ben ik onderweg naar oma J. Mijn moeder zit achter het stuur. Opeens schrikt ze; het cadeau ligt thuis nog op tafel. Dat betekent dat ze terug naar huis moet. Pim roept vanaf de achterbank dat ze dom is. Ik neem het op voor mijn moeder; ” mama niet dom zeggen.”
-
Mannetjesgedrag
Over enkele minuten gaat de schoolbel. Dan komen mijn oudere broer en zijn klasgenoten naar buiten. Tot die tijd amuseer ik mij nog even op het speeltoestel. Ik vraag mijn moeder mij op de glijbaan te helpen. Ze klemt mijn zusje tussen haar benen en hijst mij naar de bovenste tree van het trapje. Daarna positioneert ze zich op mijn uitdrukkelijke verzoek onderaan de glijbaan.
Dan verschijnt vriendinnetje M. ten tonele. Ik wil graag een goede indruk maken op haar. Daar kan ik mijn moeder nu niet goed bij gebruiken. Ik sommeer haar weg te gaan. Met enorme snelheid schuif ik vervolgens naar beneden. Daar kukel ik voorover en val met mijn gezicht vol in de aarde. M. haar aandacht heb ik in ieder geval wel. Evenals een rooie neus en twee gitzwarte handen.
-
Stroom
De zon schijnt vrolijk deze middag. Mijn broers en ik spelen buiten. Pim schommelt, Guus rommelt een beetje aan en ik spring wild op de trampoline. Dan komen er donkere wolken aandrijven. De donder laat zich ook horen. Mijn oudste broer vertelt ons dat door dit natuurlijk proces stroom ontstaat. Ik volg zijn college met belangstelling. Dan volgt nog meer lawaai. Stokstijf blijf ik staan: ” mama”, roep ik, ” stroom!”
-
Broem!
Diep dankbaar ben ik voor mijn twee broers. Ik leer ontzettend veel van ze. Vanochtend houdt Guus een lezing over wijs op reis. Op het moment leert hij zelf op twee wielen door het verkeer te manoeuvreren. Ik neem zijn adviezen dus ter harte. Dan loop ik naar mijn moeder die onze outfits voor vandaag uitkiest. ” Als ik op straat loop, rijdt auto mij dood,” zeg ik bloedserieus.