Categorie: Mijn wijsheden

  • Zelfbediening

    Het is woensdagochtend; tijd voor de tussenwekelijkse boodschappen. Mijn zusje en ik zitten in de winkelwagen. Mijn moeder duwt de wagen voor zich uit en laadt ondertussen allerlei lekkere en minder lekkere artikelen in. Mijn oog valt op de kartonnen verpakking met heerlijk pure chocolaatjes erin. Bij de kassa haalt mijn moeder weer alle boodschappen uit de winkelwagen en legt ze op de lopende band. Opeens heeft ze een lege wikkel in haar handen. Verbaasd kijkt ze op. Met een mond vol chocolade en een grote grijns op mijn gezicht kijk ik terug. Ik ben alvast begonnen……

  • Plat

    Vandaag vertrekken wij bijtijds om mijn broers van school te halen. Het is prachtig weer en ik wil graag wandelen. Mijn moeder zet mijn zusje in de bakfiets. Ik loop voorop, richting het stoplicht. Onderweg sta ik plotseling een aantal keren stil. Dan voel ik de bakfiets van mijn moeder tegen mijn rug. Ze waarschuwt me telkens; het gaat een keer mis. Bij het stoplicht tilt ze me op. Ik duw op het knopje van het verkeerslicht. Mijn moeder zet me neer en loopt terug naar haar bakfiets. Dan verschijnt het groene mannetje. Zonder nadenken duwt ze haar bakfiets de straat op. Dan kijkt ze om haar heen. Ze is me kwijt. Dat kan kloppen; ik lig namelijk onder haar bakfiets.

  • Treinen kijken

    Mijn vader werkt hard voor zijn eigen bedrijf. In de tuin staat een mooie kantoorruimte speciaal voor mijn vader.  Mijn broer Guus en ik spelen veel buiten. We schoppen dan veel herrie met elkaar. Mijn vader kan zich zo niet concentreren. Daarom huurt hij sinds kort een kantoorruimte aan het stationsplein. Na het ontbijt krijg ik een kus van hem. Hij vertrekt met de mededeling dat hij moet werken. Ik weet wel beter: “papa treinen kijken.”

  • Broodje zielig

    Als een dolle ren ik rondjes op de parkeerplaats van de lokale supermarkt. In mijn handje houd ik een lekker kaascroissant vast. Mijn moeder zet intussen de boodschappen in de bakfiets. Vervolgens hijst ze Guus in het zitje achterop. Ze roept me dat we naar de trein gaan kijken. Ik zet meteen koers richting de bakfiets. Dan struikel ik over mijn eigen voeten. Languit lig ik op mijn snufferd. Het broodje ligt enkele centimeters voor me. Snikkend betoon ik mijn medeleven: ” broodje auw.”

  • Verstoppertje

    Het is 7 uur in de avond; het is tijd om te gaan slapen. Mijn moeder zit met mijn zusje op schoot. Ook Noor zal zometeen naar bed moeten. Ik speel nog een beetje met het winkeltje dat op de overloop staat. Dan hoor ik mijn vader de trap op komen. Ik vlucht de bergzolder op en verstop me achter de witte schuifpanelen. Mijn vader speelt het spelletje graag mee. Hij roept: “Bas, Bas, waar ben je?” Ik krijg de slappe lach en piep: ” weg!”

  • Dief

    Mijn moeder kondigt aan dat wij vanavond vissticks eten. Guus barst à la minute uit in tranen. Mijn moeder snapt er niets van; die eet hij toch zo graag? Ze tilt mijn broer op en zet hem op zijn stoel. Hij is inmiddels helemaal hysterisch. Vervolgens tilt mijn moeder mij op en zet me op mijn stoel, naast Guus. Zelf neemt ze op de kop van de tafel plaats. Ze is het gedrag van mij broer nu zat en waarschuwt hem. Guus bedaart en begint te eten. Mijn bordje is inmiddels al leeg. Dan ziet mijn moeder opeens waarom Guus niet aan tafel wilde. Heel stiekem haal ik de stukjes vissticks van zijn bord af en stop ze snel in mijn mond.

  • Wahhhhhh

    Boven mijn commode hangt een mooi borduursel. Dat heeft oma Joke gemaakt ter herinnerig aan mijn geboorte. Het thema past mij wel; een grote, rode bus waarin een tiental dieren zitten. Welk dier nu de bus bestuurt, blijft een mysterie. Mijn moeder houdt het maar op een eekhoorn. Hoewel het ook een egel zou kunnen zijn. Mijn moeder oefent vaak met mij de namen van de dieren. De meesten kan ik inmiddels benoemen. De leeuw vind ik het leukst. Ik wijs hem aan en mijn moeder zegt: ” leeuw”. Dan giechel ik even, herhaal de naam en laat een luide brul horen.

  • Bamihap(pen)

    Doodmoe zit ik op mijn stoel te wachten op het avondeten. We zijn net terug uit het zwembad. Voor het gemak hebben mijn ouders de frituurpan aangezet. Mijn vader komt de kamer in met een bak vol met frietjes. Iedereen krijgt een ruime portie op zijn bord. Mijn broers vallen als een stel hongerige leeuwen aan. Ik zuig rustig aan mijn speen en laat de frietjes voor wat ze zijn. Een tiental minuten later serveert mijn vader de snacks uit. Op mijn bordje ligt naast de koud geworden frietjes een heerlijk bamiblok te walmen. Enthousiast trek ik de speen uit mijn mond en roep: “ happen!”