Categorie: Wist je dat…..

  • Dierverwisseling

    Vroeg op de ochtend fietst mijn moeder naar school. Onderweg maken we een ronde door het park. Zo ook vanochtend. Even verderop staat een meneer met een kleine hond aan de lijn. Dolenthousiast roep ik; ” Kijk, mama, een cavia!”

  • Vrouwelijk schoon

    Mijn moeder, Noor en ik zijn in de supermarkt. Met de scanner in mijn hand hobbel ik achter hun aan. Mijn moeder heeft haast; over 10 minuten moet ze mijn broers ophalen van school. Alles loopt op rolletjes tot we bij de vrieskasten aankomen. Daar staat een mooie jongedame van een jaar of 5. Ze is ook hier met haar moeder. Met de allerliefste lach op mijn gezicht probeer ik dichter bij haar in de buurt te komen. Ik mompel een paar woordjes. De dame in kwestie heeft geen enkel idee wat ze met al die aandacht aanmoet. Mijn moeder maant mij ondertussen richting kassa te gaan. Ik hoor haar niet.

  • Boodschappen

    Het avondeten loopt ten einde. Mijn moeder is bijna klaar met Noor te voeren. Pim hapt zijn laatste gehaktballetjes weg. Ik zelf heb allang de tafel verlaten. Op mijn bord liggen nog een aantal gehaktballen. Mijn vader prikt ze op zijn vork. De ballen zijn best wel te pruimen. Toch heb ik liever iets anders. Ik loop naar de gang, haal de jas van Guus van de kapstok en trek ‘m aan. Mijn vader vraagt naar het doel van mijn bezigheden. ” Boodschappen doen”, antwoord ik. De nieuwsgierigheid van mijn vader is nu gewekt. Hij wil weten wat de noodzaak is. ” Visstick halen,” zeg ik.

  • Lapje

    Vanmiddag maken wij een korte wandeling door ons dorp. Onderweg komen we een lapjeskat tegen. Ik ben helemaal enthousiast en loop achter haar aan. Zo af en toe onderneem ik een poging het beest op te tillen. Dan springt ze op een geparkeerde auto. Mijn moeder probeert haar met lieve woordjes -tevergeefs- te lokken. Ik roep haar toe dat ze naar mijn moeder moet komen. Ook mij weigert ze te gehoorzamen. Lapje is heel druk in de weer met haar persoonlijke verzorging, weet mijn moeder. Opeens wijs ik met mijn vingertje en roep tegen mijn moeder: ” been eten.”

  • Plat

    Vandaag vertrekken wij bijtijds om mijn broers van school te halen. Het is prachtig weer en ik wil graag wandelen. Mijn moeder zet mijn zusje in de bakfiets. Ik loop voorop, richting het stoplicht. Onderweg sta ik plotseling een aantal keren stil. Dan voel ik de bakfiets van mijn moeder tegen mijn rug. Ze waarschuwt me telkens; het gaat een keer mis. Bij het stoplicht tilt ze me op. Ik duw op het knopje van het verkeerslicht. Mijn moeder zet me neer en loopt terug naar haar bakfiets. Dan verschijnt het groene mannetje. Zonder nadenken duwt ze haar bakfiets de straat op. Dan kijkt ze om haar heen. Ze is me kwijt. Dat kan kloppen; ik lig namelijk onder haar bakfiets.

  • Plasje

    – ik vandaag opeens heel stilletjes in het zwembadje stond;
    – mijn moeder meteen in de gaten had dat ik moest poepen;
    – zij mij razendsnel op het potje heeft neergezet;
    – ik een mooi drolletje daarin heb gelegd;
    – ik een lekker ijsje als beloning heb gekregen;
    – ik nog geen vijf minuten daarna een plasje op de grond heb gedaan.