De pianoman

Mijn vader is een plaatselijke beroemdheid; hij is dé ster van het Baarns Mannenkoor. Iedere maandagavond loopt hij, gewapend met zijn liederenboek, om half 8 de deur uit. Tot een uur of 10 zingt hij met een groep hoogbejaarde mannen het hoogste lied. Mijn vader is nog maar een broekie met z’n 50 jaar, kan ik u zeggen. Een paar keer per jaar treedt dit illustere gezelschap op. Helaas zijn kleine kinderen lang niet altijd welkom; de muziek is veel te hard voor onze kleine oren. Bovendien zijn wij nu eenmaal een grote stoorzender bij dit soort gelegenheden.

Vandaag is echter open repetitie. Belangstellenden kunnen komen kijken en horen of het koor misschien een nieuwe hobby voor hen kan zijn. Na afloop mogen wij even naar onze papa komen luisteren. Mijn moeder bereidt ons voor op ons uitje. Ze hijst mij in de jas, helpt Guus in zijn laarzen, maakt de fles voor Noor klaar en haalt het fietsje van Pim uit de schuur. We zijn klaar voor vertrek. Ik dribbel achter mijn moeder aan terwijl mijn broers al lang en breed de straat uit zijn. Gelukkig bevindt het clubhuis van mijn vader zich slechts enkele straten verderop. 

Bij binnenkomst herken ik mijn papa onmiddelijk; hij is de enige zonder wit haar en kunstgebit. Ik ren enthousiast op hem af en kruip op zijn schoot. Samen kijken we in zijn liederenboek. Dan klinkt opeens luid gezang. Ik schrik me een hoedje, laat me van mijn vader’s schoot afglijden en ren naar mijn moeder. Ze is druk bezig Guus gerust te stellen. Hij heeft last van zijn oren en wil onmiddelijk naar huis. In de wandelwagen ligt mijn zusje luid te jammeren. Het harde geluid deert haar niet, haar lege maag des te meer.

Tien minutenlang ben ik in hevig gevecht met mezelf verwikkeld; ik wil bij mijn papa zijn maar het aantal decibel om hem heen bevalt me niet. Ik ren van mijn vader naar mijn moeder en vice versa. Daar word ik wel een beetje moe van. Ik onderbreek mijn loopje om bij de piano uit te rusten. De meneer op de kruk nodigt mij uit om met hem samen te pingelen. In eerste instantie weiger ik. Dan ga ik toch overstag. Terwijl de meneer zijn deuntje speelt, zorg ik voor de speciale mzuiekeffecten tussendoor. Hilariteit alom!

Al snel ben ik alle schaamte en angst voorbij. Ik til mijn muzikaliteit naar een hoger niveau en voeg me bij de dirigent. Die lijkt even de kluts door mijn aanwezigheid. Ik kopieer zijn wilde gebaren. De Baarnse zangers liggen in een deuk. Een

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *