In ons dorp is het gewoonlijk idyllisch stil. Al vroeg wekken de vogels mij met hun gefluit. Op mijn beurt maak ik de rest van het huishouden wakker. Hoe anders is het vanochtend. Een vrachtwagen deponeert zijn laadbak op straat. Door de klap zitten we allemaal rechtop in bed. Nieuwsgierig kijk ik naar buiten. De chauffeur keert zijn wagen op het parkeerterrein tegenover ons huis. Even later hobbelt een enorme graafmachine door de straat, gevolg door een kleiner exemplaar.
De eerste verrichtingen volg ik op gepaste afstand. De grote graafmachine schept de klinkers van de straat en deponeert ze in de laadbak. De vrachtwagen takelt vervolgens de volle bak weer op zijn oplegger en rijdt weg. Ik volg het tafereel met open mond. Met de kleine graafmachine haalt een werkman de bovenste laag aarde weg. De rest doen de mannen handmatig. Een van hen heeft mijn belangstelling opgemerkt en nodigt mij uit om mee te helpen. Snel haal ik thuis mijn schep.
Bij thuiskomst goed mijn hand wassen, is het vriendelijk doch dringend advies van mijn nieuwe collega’s. Daar heb ik niet zo’n zin in. Mijn moeder probeert mijn handen in te zepen en onder de kraan te krijgen. Blijkbaar is het niet voldoende. De volgende ochtend moet ik spugen. Ik installeer me op de bank en kijk tekenfilmpjes. In de middag ben ik weer fit genoeg om terug te keren op de werkplek. Gedwee laat ik mij op een muurtje zetten. Vanaf die plek houd ik deskundig toezicht.
Het werk vordert gestaag en al snel is het tijd voor de spreekwoordelijke kers op de taart. De stratenmakers komen tot mijn grote vreugde niet met lege handen. Vlak voor ons huis ligt een grote berg schoon zand. Elke ochtend wandel ik naar de werkplek en geef stratenmaker T. een hand. Van hem mag ik samen met mijn zusje urenlang met mijn kruiwagen en schep in de zand spelen. Voorbijgangers prijzen mijn vlijt. Ik bof dat ik in de mooist denkbare zandbak mag werken.
Op de zoveelste ochtend trek ik mijn moeder voor de zoveelste keer aan haar spreekwoordelijke mouw. Ik moet dringend naar mijn werk toe. Bij aankomst is de berg zand verdwenen. De werkmannen zijn zo goed als klaar. De zandberg zal dus niet meer aangevuld worden. Mijn moeder adviseert me de mannen een handje te geven en me bedanken voor de gastvrijheid. Boos sla ik mijn armen over elkaar en draai me om. Dat wil ik zeer zeker niet. Mijn werk hier is klaar.
Geef een reactie