Volgend jaar mei is het eindelijk zover; ook ik mag dan naar school. De A.A.-school is een kleine school van zo’n 250 leerlingen, gesitueerd nabij het dorpscentrum. De 3 kleuterklassen zijn ieder een combinatie van groep 1 en 2. Pim, mijn oudste broer, heeft zijn kleuterige jaren doorgebracht in groep 1/2-C. Een gezellige doch chaotisch klas. Het is er zo leuk dat veel ouders blijven plakken terwijl de les eigenlijk allang had moeten beginnen. Ondertussen rennen de kinderen de klas in en uit. Voor Pim was het helaas niet de meest ideale klas. Precies om eerder genoemde redenen.
Guus zit inmiddels alweer een half jaar in de klas van juf M. en juf A, groep 1/2- A. Hier leveren ouders hun kinderen ’s ochtends af en vertrekken vrijwel onmiddellijk. Bijkletsen doen de dames en heren wel op het schoolplein. De juffen beginnen in ieder geval op tijd met het dagprogramma. Het zijn ook zo’n schatjes. Ik krijg altijd wel een aai over mijn bol als ik mijn grote broer kom brengen. Dan mag ik ook nog even spelen met de grote brandweerauto. Of ik duik de poppenhoek in en strijk snel het wasgoed weg en kook een lekker potje voor vanavond.
In contrast met de chaos van groep C en de gestructureerde drukte van groep A, staat groep B. Juf J. en juf S. hebben aardig de zweep over haar pupillen liggen. De leerlingen geven de juf ’s ochtends een handje en nemen plaats op hun stoeltje. Daar blijven ze dan ook zitten totdat de juf begint met het ochtendritueel. Ouders leveren hun kinderen bij voorkeur bij de deur af. Hun aanwezigheid in de klas leidt tot onrust en dient derhalve tot het minimum te worden beperkt. Deze aanpak werpt duidelijk vruchten af; het is er muisstil. En dat met wel dertig kleuters!
Ons gezin is te gast bij juf M. voor een eerste kennismaking. M. vraagt mij wanneer ik naar school kom. Mijn moeder geeft antwoord en meldt meteen dat ze druk nadenkt over de meest ideale plaatsing. Ze neigt naar groep B. ” Onze Bas heeft een strakke hand nodig,” zegt ze, ” de juffen van groep B hebben nogal een reputatie op dat vlak.” Juf M. kijkt mij verlekkerd aan. Blijkbaar ziet ze mijn toekomstige aanwezigheid wel zitten. Ze laat zich dan ook niet afschrikken door de weinig vleiende woorden van mijn moeder. ” Wij kunnen ook streng zijn,” laat ze weten.
Vanochtend ben ik in een baldadige bui. In het klaslokaal trek ik mijn jas uit en gooi ‘m achteloos op de grond. Juf M. laat mijn actie niet zonder haar gepeperde mening passeren. Op het gezicht van mijn moeder verschijnt nu een grote grijns. Ze laat de juf weten dat ze inmiddels het opperhoofd van de school heeft verzocht mij in groep A. te plaatsten. Vol ongeloof vraagt M. of mijn moeder mij niet voor groep B. bedoeld had. ” Nee hoor”, zegt mijn moeder. Als de juf net zo streng is als ze beweert, dan ben ik hier aan het juiste adres. Tja, wie (klas) A zegt, moet ook A zeggen.
Geef een reactie